Deze vijf evoluties drijven de stad van de toekomst

Het Stedelijk Transformatie Platform bracht in september spelers uit de vastgoed- en mobiliteitssector bij elkaar om te praten over de stad van de toekomst. Passeerden zoal de revue: de heersende tendensen, de impact van COVID-19 en de rol van duurzame ontwikkeling. Wij lichten vijf krachtlijnen uit het debat voor u toe.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Eindejaarreeks 2020: keuze van de redactie
Koenraad Coel | 30 september 2020
I Stock 1144557228

1. Duurzaamheid is top of mind

De stad van de toekomst moet duurzaam ontwikkeld en georganiseerd worden. Achter dat idee konden alle sprekers zich scharen. Adel Yahia, managing director bij Immobel, wees expliciet naar duurzaamheid als een van de twee belangrijkste trends in stedelijke ontwikkeling. “Tien jaar geleden betaalde niemand voor sustainability. Nu staat het bij elke onderhandeling in de top drie. De institutionele sector zorgt op dat vlak voor een sterke drijfveer. Er zijn ook veel fondsen die enkel vastgoed mogen kopen als er een duurzame component aan verbonden is. Die trend zal alleen maar toenemen.”

Davy Demuynck, CEO van ION, plaatste wel een belangrijke kanttekening bij die observatie: “De gemiddelde eindgebruiker wil vandaag nog niet betalen voor duurzaamheid. We moeten dus nog altijd zorgen voor een realistische terugverdientijd om ons risico te dekken.”

2. Coronatijdperk is momentum voor verduurzaming van steden

Thema’s zoals de betonstop en stedelijke verdichting stonden hoog op de politieke agenda toen de coronacrisis roet in het eten wierp. De vraag is nu of een meer geconcentreerde stedelijke bevolking nog wel wenselijk is en hoe dat veilig georganiseerd kan worden. Professor Dirk Lauwers, mobiliteitsexpert aan de UGent en UAntwerpen, waarschuwde voor overhaaste conclusies: “Wetenschappelijk onderzoek toont eerder een omgekeerd verband tussen stedelijke dichtheid en het aantal coronagevallen. In het verleden gaven pandemieën vaak een grote boost aan nieuw stedelijk denken. Central Park in New York, de boulevards in Parijs en de oevers van de Thames in Londen: die groene, open zones waren destijds een antwoord op de cholerapandemie. Ook nu zie je steden zoals Brussel en Milaan die het momentum grijpen om dingen te veranderen in het openbaar domein.”

Adel Yahia: “De urbanisatie zal blijven doorgaan met een grotere focus op welzijn en gezondheid. Dat wordt ook gedreven door de veroudering van de Europese bevolking. Met Immobel zijn we actief in tien steden verdeeld over zes landen. In al die steden zien we een sterke opkomst van de groene partijen, meer voetgangerszones, fietspaden … En bij vergunningen legt het bestuur opnieuw de nadruk op buitenkwaliteit door grotere terrassen en balkons te vragen.”

3. Gemengd gebruik is het nieuwe normaal

Eén manier om het welzijn in steden te verhogen, is een grotere focus op ‘mixiteit’. In de context van stadsontwikkeling slaat dat op twee elementen. Aan de ene kant wijst het op het belang van een goede sociale mix op het vlak van leeftijd en inkomen. Aan de andere kant verwijst het naar flexibele projecten die verschillende functies kunnen vervullen. “Vroeger had je daar zelfs aparte ontwikkelaars voor met elk hun stijl: die in maatpak deed kantoren, die met het truitje residentieel of retail”, zegt Adel Yahia. “Nu kijken we bijna uitsluitend naar mixed use-projecten zoals gebouwen of wijken waar je naast kantoorruimte ook woningen, winkels en zelfs publieke diensten zoals een bibliotheek vindt. De openbare ruimte kan er multifunctioneel ingezet worden om spontane activiteiten aan te moedigen.”

Die aandacht voor mixed use gaat hand in hand met een vernieuwde nadruk op lokaal werken en produceren. “Door toenemende automatisatie wordt de arbeidskost steeds minder belangrijk en gaan transportkosten zwaarder doorwegen”, vertelt Jo De Wolf, CEO van Montea. “Een goed voorbeeld daarvan is Plantlab. Zij spelen in op de mogelijkheden van vertical farming om landbouw terug naar de steden te brengen. Groenten kweken in containers of binnenshuis lijkt misschien duur, omdat je zelf elektriciteit voor belichting moet voorzien. Maar de zwaarste kostenpost van de landbouw is eigenlijk transport. Met vertical farming kan je bijvoorbeeld voedsel kweken in de ondergrondse parking onder het warenhuis.”

4. Transporthubs zijn de toekomst

Mobiliteit speelt een grote rol in de leefbare stad. Om gelijke tred te houden met de evolutie van stedelijke ontwikkelingen dringt een nieuwe werkwijze zich op. “Vroeger werkten we veeleer planmatig en op lange termijn”, legt professor Lauwers uit. “Nu wordt er alsmaar vaker gewerkt met kleinschalige, tijdelijke ingrepen die ons toelaten om te experimenteren op het terrein. Dat zogenaamde tactical urbanism zien we bijvoorbeeld toegepast in de ‘superwijken’ in Barcelona. Daar creëert men voetgangerszones met plantenbakken, wegmarkeringen en picknicktafels.”

Een toename van de verstedelijking met meer aandacht voor welzijn vraagt ook om een andere organisatie van de bevoorrading. “We kunnen niet langer een bestelwagen de stad in sturen om één of twee pakketjes af te leveren,” stelt Jo De Wolf. “Het is veel efficiënter om al die leveringen buiten de stad samen te brengen in een transporthub. Van daaruit kan de stad duurzaam beleverd worden. Het Blue Gate-bedrijventerrein aan de Antwerpse stadsrand combineert dat idee met multimodaliteit. Het ligt vlak aan de Schelde, dicht bij de autostrade, maar ook langs de fietsostrade. DHL komt zich er vestigen om de agglomeratie met elektrische bestelwagens te beleveren en de stadskern met cargobikes.”

5. Digitale technologie is van onschatbare waarde als facilitator

Technologische ontwikkelingen bieden een enorm potentieel om onze steden anders te organiseren, maar de twee sectoren effectief op elkaar laten inhaken, stelt ons voor een grote uitdaging. Jan Adriaenssens, director City of Things bij imec, illustreert dat zo: “Het Lange Wapperviaduct werd gepresenteerd in 2006 en een jaar later kwam de allereerste iPhone uit. Ondertussen bracht de smartphone ons toepassingen zoals Waze en mobility as a service. Er is dus een groot spanningsveld tussen de traagheid van fysieke ingrepen, zoals nieuwe infrastructuur, en de razendsnelle impact van digitale technologie.”

Een manier om met die verschillende tijdsschalen om te gaan, vond imec in het concept van de digital twin. Ze maakten een digitale kopie van Brugge in samenwerking met het stadsbestuur. In de digital twin kunnen allerlei modellen en datasets over onder meer luchtkwaliteit en verkeersdrukte met elkaar communiceren. Dat laat de stad toe om geplande ingrepen te simuleren en de impact op die verschillende domeinen na te gaan.

“Zo kan een stad werken aan een brede, holistische aanpak”, zegt Adriaenssens. “Maatschappelijk gezien is dit een tijdperk van grote verschuivingen. Sommige steden krijgen dan klappen, maar andere doen aan introspectie en slagen er zo in om zichzelf opnieuw uit te vinden.”

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!