Plus Windturbines verleggen hun technologische grenzen

De tijd dat windmolens water pompten, graan maalden of tabak sneden, ligt diep in de geschiedenis. Nu levert een windturbine van het nieuwste type stroom aan 13.000 gezinnen. Mblad tast met Mark Runacres, professor windenergie aan de VUB, de technologische grenzen van deze duurzame energiebron af.

10 maart 2016
229938 © Marc Didier

Windenergie is vandaag in Europa de belangrijkste duurzame energiebron. De eerste onderzoeken naar elektriciteitproducerende windmolens – we spreken dan over ‘windturbines’ – gaan terug naar het einde van de 19de eeuw. In de jaren 80 en 90 plaatste Denemarken een tussensprint die het land tot op vandaag toonaangevend maakt als producent van windturbines. Tegenwoordig wordt windtechnologie nogal eens beschouwd als ‘uitgeëvolueerd’, maar niets is minder waar. Zowel in het domein van materiaalkunde, aerodynamica, werktuigbouw, besturings- en elektrotechniek als meteorologie zijn de ontwikkelingen duizelingwekkend. 

Waar zit precies de evolutie in windturbines? 

De duidelijkste trend is die van steeds groter en steeds hoger, wat men de economy of scale noemt: groter in afmeting en hoger in generatorvermogen. We zitten al aan turbines met een mast van meer dan 130 meter en bladen van 130 meter diameter, en een nominaal vermogen van ruim 7 megawatt. Echte mastodonten. Rond 1980 hadden turbines een blad van 10 meter diameter en een vermogen van 30 kilowatt.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.