Plus Waterkwaliteit in Vlaanderen blijft een probleem

De cijfers zijn ontnuchterend: ondanks inspanningen gaat het nog altijd niet goed met de waterkwaliteit in Vlaanderen. Er zitten nog te veel zware metalen in onze beken en rivieren, en ook het nitraat- en fosfaatgehalte blijven problematisch. Dat moet beter, want we hebben in Vlaanderen geen water op overschot. We zullen net meer en meer te kampen krijgen met lange periodes van droogte. VLM en VMM trokken in november al aan de alarmbel.

Inès Aoun | 7 maart 2019
Lake 555829 1920

Uit een rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt dat de norm voor kobalt, uranium, arseen en nikkel op meer dan een op de tien meetplaatsen werd overschreden in 2017. Voor kobalt is dat zelfs het geval in de helft van de meetplaatsen. In haar rapport – dat in januari van dit jaar verscheen – gaf de VMM aan dat de uitstoot van zware metalen van bedrijven weliswaar daalt, behalve voor zink. Voor dat metaal stellen de onderzoekers een stijging van de netto-emissie vast met 5 procent.

Voor de overige metalen heeft de verontreiniging voornamelijk te maken met bodemerosie en atmosferische depositie (de verontreiniging die onder andere vrijkomt door verbranding en transport wordt dan via de luchtstromen getransporteerd en komt via natte of droge neerslag terecht in het water).

Nitraatnorm

Ook de overschrijding van de norm voor nitraat is een oud zeer. Sinds 1999 is het aantal meetpunten dat de nitraatnorm overschrijdt, sterk gedaald. Sinds het winterjaar 2013-2014 verbetert de oppervlaktewaterkwaliteit in Vlaanderen niet meer. In het winterjaar 2014-2015 werd in 21 procent van de meetpunten de norm van 50 mg nitraat per liter overschreden. In het winterjaar 2017-2018 steeg dat zelfs tot 28 procent, aldus een rapport van de VMM. De cijfers worden ook bevestigd in het mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Er zijn weliswaar grote regionale verschillen. De bekkens van de IJzer, Leie, Boven-Schelde, Demer en Maas hebben het hoogste percentage meetpunten met een overschrijding.

Extreme weersomstandigheden niet enige reden

Vlaanderen had zich nochtans voorgenomen om tegen 2018 in 95 procent van de mestactieplanmeetpunten onder de Europese nitraatnorm van 1991 te blijven. Die doelstelling halen we niet. Volgens Annick Goossens van de VLM heeft de stijging in het winterjaar 2017-2018 voor een deel te maken met de uitzonderlijke droge en warme weersomstandigheden. “De teelt van vele landbouwers liep schade op en bij sommigen mislukte de oogst zelfs helemaal. Daardoor konden de gewassen onvoldoende nutriënten opnemen uit de bodem, wat dan weer vaker een hoger nitraatresidu tot gevolg had. Hoe hoger het nitraatresidu in de bodem op het einde van het groeiseizoen, hoe hoger het risico op uitspoeling van nitraten naar het grond- en oppervlaktewater.”

Maar dat is niet de enige reden voor de stijging. “Uit doorlichtingen van veehouderijen blijkt dat er nog te vaak onzorgvuldig omgesprongen wordt met de mestopslag en de mestafvoer, waardoor de nutriëntenbalans wel in evenwicht lijkt, maar er toch te veel mest op het bedrijf blijft. Verder is het van groot belang dat de bemesting oordeelkundig gebeurt, met de juiste mestsoort en de juiste bemestingstechniek, volgens de juiste dosis en op het juiste tijdstip”, legt Stefan De Neef van de VLM uit.

Zesde mestactieplan

De VMM-en VLM-experts besloten in november 2018 in een gezamenlijk persbericht dat de doelstellingen voor het oppervlakte- en grondwater uit het vijfde mestactieprogramma (MAP5) niet gerealiseerd worden. Daarom moet het plan volgens de Europese Nitraatrichtlijn geactualiseerd worden voor de periode 2019-2022. Ex-minister van Leefmilieu Joke Schauvliege stelde een ontwerp op, waarna het aan een openbaar onderzoek werd onderworpen. Volgens De Morgen zal de definitieve goedkeuring nog op zich laten wachten. Wilfried Vandaele van de N-VA kondigde alvast aan dat zijn partij het plan niet zal goedkeuren omdat het niet ver genoeg gaat.

Aandacht voor fosfaat

Ook voor orthofosfaat stellen de VMM-onderzoekers problemen vast. Amper een derde van de meetpunten voldoet aan de kwaliteitsnorm. En in 94 procent van de meetpunten is er geen verbetering vastgesteld of is de overschrijding gestegen. De VMM geeft in haar rapport dan ook aan dat er meer maatregelen genomen moeten worden om de fosfaatverontreiniging aan te pakken.

Waterkwaliteit is van levensbelang

De VMM en de VLM zijn erg bezorgd over deze resultaten en trokken in november al aan de alarmbel. Katrien Smet van de VLM: “Een goede waterkwaliteit is van levensbelang voor de natuur, maar ook voor onszelf. We halen immers de helft van ons drinkwater uit oppervlaktewater. We erkennen dat er al veel inspanningen zijn gebeurd, maar we stellen vast dat de impact van de landbouw op de kwaliteit van het oppervlaktewater toch zwaar doorweegt.”

Lees het VMM-rapport van 2018 over de waterverontreiniging door metalen.

Lees het VMM-rapport over de resultaten van het MAP-meetnet.

Lees het mestrapport met resultaten van 2018 van de VLM.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.