Plus Wat u moet weten over de hervorming van het Europese emissierechtensysteem

De EU moet tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40 procent verminderen. Om dat doel te bereiken hervormt Europa het complexe emissierechtensysteem. Dat moet de uitstoot intomen van de grote kleppers: de energiesector en de zware industrie. De hamvraag: is het herwerkte mechanisme, dat in werking treedt in 2021, krachtig genoeg om de broodnodige duurzame innovaties in de industrie erdoor te krijgen?

Inès Aoun en Katelijne Norga | 3 maart 2018
Industriefoto

Het Europese emissierechtensysteem (zie kader) is de belangrijkste drijfveer om de uitstoot van broeikasgassen te doen dalen. Sinds de start van het systeem in 2005 is de totale uitstoot van alle broeikasgassen in de EU Emission Trading System of ETS-sectoren gedaald met een vierde, tot 1750 miljoen ton CO2-equivalent.

Maar de CO2-motor sputtert. Er zijn te veel bedrijven die door de mazen van het net glippen. Daarom werd het systeem onlangs grondig hervormd. Het duurde uiteindelijk 2,5 jaar voor alle betrokkenen, het Europees Parlement en de Europese Raad, akkoord gingen met het nieuwe systeem. Bart Martens, milieubeleidsadviseur bij het Europees Parlement, geeft tekst en uitleg.

Onevenwicht

Hoe werkt het huidige systeem?

“De meer dan 11.000 industriële installaties en energiecentrales die onder de ETS-regeling vallen hebben een emissierecht nodig voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Een deel van die CO2-rechten wordt gratis toegekend. De rest moeten de bedrijven kopen op de veiling, waar vraag en aanbod de prijs bepalen. Sectoren waarvan de kans klein is dat ze naar het buitenland uitwijken, zoals de energiesector, moeten al hun uitstootrechten op de veiling kopen. Bepaalde sectoren moeten daarentegen helemaal niets betalen voor de uitstoot die overeenkomt met een opgelegde ‘benchmark’ (best beschikbare technieken). Dat lijkt misschien vreemd, maar als we hen de volle pot laten betalen, is de kans groot dat de ondernemingen in die sector naar landen buiten de EU verhuizen. Dan zou het probleem dus gewoon worden verplaatst.”

Toch is het huidige systeem niet waterdicht. De voorbije jaren ontstond er een overaanbod aan emissierechten. Hoe is dat onevenwicht ontstaan?

“Er ontstond een overaanbod door het toekennen van te veel uitstootrechten in de eerste handelsperiodes – toen de lidstaten die via nationale toewijzingsplannen aan hun eigen industrieën mochten bedelen – en door de terugval van economische activiteiten tijdens de economische crisis na 2008. Daardoor is de prijs voor emissierechten  gekelderd. In 2013 waren er 2,1 miljard emissierechten te veel, in 2015 ging het om 1,78 miljard. Door de lage koolstofprijs was er geen incentive meer voor de bedrijven om te investeren in duurzame, koolstofarme innovatie. Ook de koppeling met goedkopere emissiekredieten onder het Kyotoprotocol, zoals die kredieten die verkregen werden via het Clean Development Mechanism, voedde dat overaanbod. Ondernemingen konden hun investeringen in derdewereldlanden inbrengen als emissiereductiemaatregelen.”

Stop de klok

Wat verandert er nu concreet vanaf 2021?

“Ten eerste wordt de band met het Clean Development Mechanism doorgeknipt. Ten tweede komt er een stabiliteitsmechanisme, dat het overaanbod moet reguleren. Dat mechanisme voeren we in 2019 al in. Van de emissierechten die het jaar voordien niet verkocht zijn geraakt, stoppen we 24 procent in de ‘koelkast’. Geleidelijk worden ze terug op de markt gebracht. Als de rechten tegen 2024 niet zijn opgebruikt, dan vervallen ze. Het overschot aan emissierechten die tijdens de periode 2014-2016 werden opgestapeld – het gaat om 900 miljoen euro – wordt ook in de reserve gestopt.”

“Ten derde zal het aantal emissierechten op de veiling jaarlijks afnemen met 2,2 procent. Dat betekent dat er jaarlijks 50 miljoen ton minder CO2 zal worden geveild. In het huidige systeem gaat het om 38 miljoen ton of 1,74 procent. Daarmee zullen we in 2030 43 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 2005. Ten vierde zullen de sectoren slechts recht hebben op 30 procent gratis uitstootrechten. Alleen de sectoren waarvan de kans het grootst is dat ze naar het buitenland verhuizen als de regeling te streng wordt, blijven vrijgesteld. Volgens de prognoses zouden zo’n 6,3 miljard aan emissierechten gratis uitgedeeld worden in de periode 2021-2030.”

De marktprijs is vandaag gestegen tot 10 euro, terwijl die enkele jaren geleden nog 5 euro bedroeg. Maar moet de prijs niet vastgezet worden? Velen pleiten voor een vaste prijs van 30 euro.   

“Velen pleiten er inderdaad voor om een ‘bodemprijs’ in te voeren, eventueel gekoppeld aan een prijsplafond. Dat zou veel meer investeringszekerheid geven aan bedrijven die investeren in nieuwe technologieën om hun broeikasgasuitstoot terug te dringen. Het probleem is dat je daarmee de hele emissiehandel juridisch op losse schroeven zet. Een vastgelegde (bodem)prijs heeft veel weg van een ‘belasting’. En belastingmaatregelen kunnen in de Europese Raad slechts unaniem worden genomen, terwijl het emissiehandelsysteem nu bij gekwalificeerde meerderheid kon worden gestemd – dat vereist 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Wees er maar zeker van dat een aantal landen niet zou aarzelen om na de invoering van een vastgelegde (bodem)prijs naar het Europees Hof van Justitie te trekken om de hele constructie onderuit te laten halen.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.