Plus Vlaanderen neemt probleemgebieden in het vizier

Gaat het wel goed met ons oppervlaktewater? Hoewel de waterkwaliteit in beken en rivieren de voorbije vijftien jaar verbeterde, vielen vorig winterjaar (2014-2015) de meetresultaten tegen: zes van de elf Vlaamse rivierbekkens overschrijden opnieuw vaker de nitraatnorm dan het jaar voordien. Om de Europese Nitraatrichtlijn alsnog binnen bereik te krijgen, rolt de Vlaamse overheid vanaf dit voorjaar het vijfde Mestactieplan uit (MAP5). Way to go of een blok aan het been van landbouwers én leefmilieu?

Katelijne Norga en Eline Van Assche | 1 januari 2016
I Stock 000016714234 Large
© iStock

De Europese Nitraatrichtlijn van 1991 heeft als doel de verontreiniging van het water door nutriënten uit de landbouw te verminderen. De richtlijn stelt dat lidstaten in kwetsbare gebieden – gebieden waar de nitraatconcentratie in het oppervlaktewater de norm van 50 mg per liter overschrijdt – maatregelen moeten nemen om de verontreiniging tegen te gaan. Vlaanderen heeft ervoor gekozen om zijn hele grondgebied als kwetsbaar af te bakenen en heeft zich tot doel gesteld om tegen 2018 nog slechts in 5% van de MAP-meetpunten de Europese nitraatnorm te overschrijden. Maar voorlopig komen slechts weinig Vlaamse regio’s in de buurt. 

Alleen Nete en Dender al klaar 

Wat zeggen de cijfers? Sinds 1999 is het aantal meetpunten dat de nitraatnorm overschrijdt, sterk gedaald. Ook al zijn er over de hele periode meer meetpunten met een significant dalende dan met een stijgende trend, toch steeg in het winterjaar 2014-2015 nog 21% van de meetpunten boven de norm voor 2014 uit. De waterkwaliteit ging achteruit in vijf van de elf waterbekkens: Leie (41% overschrijdingen van de nitraatnorm voor 2014), Maas (37%), Demer (19%), Boven-Schelde (17%) en Beneden-Schelde (13%). De waterkwaliteit in het IJzerbekken is weliswaar verbeterd, maar de norm wordt nog in 38% van de meetpunten overschreden. Vier bekkens (Brugse Polders, Gentse Kanalen, Dijle-Zenne en Beneden-Schelde) haalden de doelstelling voor 2014. Twee bekkens voldoen al aan de norm voor 2018: het Nete- en het Denderbekken. Voor fosfaat is het probleem nog prangender: 72% van de meetpunten gaat boven de Europese norm van 0,10 mg orthofosfaat-fosfor per liter. 

Focusbedrijven 

Wat moet Vlaanderen uit de kast halen om de doelstellingen voor 2018 alsnog te halen? De Vlaamse Landmaatschappij (VLM), in Vlaanderen verantwoordelijk voor het mestbeleid, heeft haar antwoord op deze vraag klaar: de implementatie van MAP5.

Daarmee wil ze de verontreiniging uit agrarische bronnen verder terugdringen en de doelstelling voor 2018 toch halen. De Vlaamse overheid kiest voor een gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak, legt Ria Gielis, bij de VLM afdelingshoofd van de Mestbank, uit: “Gebieden waar de nitraatconcentratie te hoog uitvalt, worden aangeduid als focusgebieden. Bedrijven die voor minstens 50% in zo’n gebied liggen, de focusbedrijven, moeten bijkomende maatregelen nemen die hen in de richting van de goede praktijk dwingen. Ze krijgen strengere nitraatresidu-drempelwaarden opgelegd en de periode waarin ze geen meststoffen mogen toedienen, duurt langer dan elders. Bovendien moeten deze bedrijven vanggewassen inzaaien, dat zijn teelten die ook in het najaar nog veel nitraat opnemen.” 

Niet alle landbouwers in een focusgebied vallen onder deze strengere aanpak. Ria Gielis: “Bedrijven in een focusgebied die het wel goed doen, kunnen een vrijstelling krijgen. Omgekeerd kunnen ook bedrijven buiten de focusgebieden focusbedrijf worden als ze met hun nitraatresiduen slecht scoren.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.