Plus Vlaamse milieumaatschappij publiceert systeembalans voor mobiliteit, energie en voeding

De druk die systemen zoals mobiliteit, energie en voeding uitoefenen op ons leefmilieu en het klimaat, daalt. Helaas is de geboekte winst klein, gaat de vooruitgang traag en is het laaghangende fruit allang geplukt. Ondanks de progressie lopen de drie maatschappelijke systemen dus tegen hun grenzen aan. In een nieuw rapport neemt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de systeemveranderingen onder de loep die de balans weer in evenwicht kunnen brengen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Energie & Klimaat
Senne Starckx | 15 mei 2017
I Stock 473578884
©iStock

De energie-intensiteit in Vlaanderen (de hoeveelheid energie nodig per bbp-eenheid) is weliswaar met 23 procent gedaald sinds 2000, toch blijft Vlaanderen duidelijk energie-intensiever dan onze buurlanden. Bovendien staan fossiele brandstoffen, ondanks de elektrificatie in verschillende economische en maatschappelijke sectoren, nog altijd in voor drie kwart van de energie voorziening. Hetzelfde verhaal voor onze mobiliteit. De uitstoot van schadelijke polluenten zoals fijn stof en roet mag dan gedaald zijn de voorbij jaren, het aandeel personenkilometers in het gemotoriseerde vervoer dat per auto wordt afgelegd blijft op 80 procent liggen. Dat betekent dat de modale shift naar milieuvriendelijke alternatieven uitblijft, waardoor de filedruk hoog blijft en de luchtkwaliteit er over het algemeen slechts lichtjes op vooruitgaat.

Ook op het vlak van onze voedselproductie en -consumptie is er weinig reden tot juichen. Dankzij technologische vooruitgang en betere kennis daalde de milieudruk van de Vlaamse landbouw in de jaren 1990 spectaculair. Helaas lijkt dat laaghangende fruit allang geplukt, want het laatste decennium zwakte het tempo van de milieu-efficiëntieverbeteringen sterk af. De nitraatconcentratie in oppervlaktewater binnen landbouwgebied en de uitstoot van ammoniak dalen niet snel genoeg om de Europese doelstellingen rond waterkwaliteit en biodiversiteit te halen. Bovendien blijft de klimaatdruk van onze voedingsconsumptie hoog, waarbij moet worden opgemerkt dat vier vijfde van de broeikasgassen uitgestoten wordt in het buitenland.

Modale shift blijft uit

“Onze hoofdopdracht is in de eerste plaats de rapportering van milieu-indicatoren (er zijn er zo’n tweehonderd, red.)”, zegt Bob Peeters van de dienst Milieurapport (MIRA) van de Vlaamse Milieumaatschappij. “Maar hoewel er wel degelijk verbeteringen zijn, kunnen we er niet omheen dat de evolutie te traag gaat om de doelstellingen die Vlaanderen gesteld heeft, te bereiken. Vandaar onze poging om de milieudruk van drie systemen samen te bekijken en te onderzoeken welke systeemveranderingen zich opdringen. We reiken geen kant-en klare oplossingen aan, wel analyseren we mogelijke oplossingen die zich aandienen.”

Peeters, die meeschreef aan het gedeelte over mobiliteit, benadrukt dat het huidige mobiliteitsvraagstuk – inclusief de filedruk en de impact op milieu, klimaat en menselijke gezondheid – niet kan worden opgelost met afzonderlijke maatregelen. “Het volledige systeem moet worden aangepakt, anders riskeren we een nuloperatie.” Hij verwijst naar een studie van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), die stelt dat in België zowat elke vorm van mobiliteit wordt gesubsidieerd. Denk aan de fietsvergoeding, de bedrijfswagen, de terugbetaling van treinabonnementen ... “Mensen worden dus niet eenduidig geprikkeld om duurzame alternatieven te gebruiken.” Het mobiliteitsbudget, waarmee werknemers zélf hun woon-werk-verkeer kunnen invullen, staat tegenwoordig steeds meer in de belangstelling. Maar de invoering van dat systeem alleen is niet zaligmakend. Peeters: “Het mobiliteitsbudget werkt alleen in combinatie met andere maatregelen. Duurzame alternatieven zoals de fiets of het openbaar vervoer moeten aantrekkelijk worden gemaakt. Daarnaast moeten er financiële prikkels komen die mensen in de richting duwen van die duurzame alternatieven. Rekeningrijden is volgens ons een goede manier om dat te doen.”

Het is eigenlijk frappant: ondanks het dagelijkse fileleed en de druk op het leefmilieu daalt het aandeel personenkilometers afgelegd met de auto niet. De broodnodige modale shift blijft dus uit. “Dat wil trouwens niet zeggen dat de fiets onpopulair blijft”, zegt Peeters. “In het straatbeeld zie ik meer fietsers, maar blijkbaar blijven mensen ook de auto nemen.” Wat betreft de milieudruk doet het rapport een opmerkelijk vaststelling. Zo wordt door de daling van de uitlaatemissies de uitstoot van polluenten, met name van fijn stof, door slijtage van banden, wegdek en remmen belangrijker. “Die niet-uitlaatemissies zijn nauwelijks bekend, maar als de elektrische wagen zich straks doorzet, komen ze nog meer op het voorplan.”

Het rapport gaat ook in op de huidige frictie tussen de grenswaarden voor luchtvervuiling die de Europese Commissie toepast en de advieswaarden gehanteerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). “De WGO baseert zijn advieswaarden zuiver op medisch-wetenschappelijk onderzoek, terwijl de Europese grenswaarden het resultaat zijn van een compromis waarin ook economische belangen en haalbaarheid een rol spelen. Nu we merken dat gezondheidsoverwegingen maatschappelijk steeds zwaarder gaan doorwegen, wordt het misschien stilaan tijd dat we de strengere advieswaarden van de WGO overnemen.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.