Plus Vlaamse economie steeds meer afhankelijk van water

Het industriële waterverbruik is de voorbije tien jaar sterk gedaald, maar toch blijft het ‘waterstressniveau’ in Vlaanderen alarmerend hoog. En dus moet de waterefficiëntie in ons land nog stukken beter. Dat is niet alleen in het belang van het milieu, het is ook noodzakelijk voor onze welvaart, stelt een nieuwe studie van Vlakwa.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het magazine:
Susanovamagazine april 2019
Senne Starckx | 22 maart 2019
Water 321524 960 720

In een recente studie nam het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) het socio-economische belang van water in ons gewest onder de loep. Vlakwa baseerde zich voor de studie op data uit 2016. “Eigenlijk is dit een herhaling van de oefening die we voor het eerst in 2013 hebben gemaakt”, zegt Dirk Halet, strategisch coördinator bij Vlakwa. “Onze eerste studie was gebaseerd op cijfers uit 2010 en kwam er omdat we nood hadden aan duidelijke informatie over de impact van water op de tewerkstelling in Vlaanderen. Met de nieuwe studie, gebaseerd op cijfers uit 2016, brengen we voor het eerst trends en evoluties in kaart.”

Hogere waterstress dan Zuid-Europa

Een van die evoluties is alvast zorgwekkend: het waterstressniveau in ons land is veel te hoog. Dat niveau geeft de verhouding weer tussen de totale hoeveelheid zoetwater die elk jaar door economie en maatschappij worden opgenomen, en de totale hoeveelheid die er jaarlijks bijkomt dankzij hernieuwde zoetwaterbronnen: neerslag, instroom via rivieren … Met 56 procent scoort België zelfs slechter dan Spanje en Italië. Voor Vlaanderen alleen zou de indicator zelfs nog een pak hoger liggen, als er een opsplitsing tussen de gewesten zou worden gemaakt.

Halet: “Het niveau voor België is alarmerend, want volgens de VN vertoont een land of regio al waterstress als het boven 25 procent uitkomt. Dit niveau toont aan dat er nog grote inspanningen nodig zijn in Vlaanderen om het watersysteem robuust en duurzaam te maken.”

Bevoorradingsproblemen

Een hoog waterstressniveau betekent dat er bij langdurige droogte snel bevoorradingsproblemen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld van koelwater, dat voornamelijk uit het oppervlaktewater wordt gehaald. Koelwater wordt niet alleen door energie-installaties gebruikt, maar ook door de chemie, de (staal)industrie en de voedingssector. Aan het lozen van gebruikt koelwater zijn strikte normen verbonden, want de temperatuur in de waterlopen mag niet te hoog worden. “In Frankrijk moesten vorige zomer verschillende bedrijven hun koelcapaciteit terugschroeven, precies omdat ze maar beperkt mochten lozen”, vertelt Halet. De Vlakwa-studie spreekt op dit vlak dan ook van een “grote uitdaging” voor Vlaanderen.

De Vlaamse landbouw en de sterk aanwezige voedingsindustrie – Vlaanderen is bijvoorbeeld de grootste exporteur in Europa van diepvriesgroenten – ondervonden tijdens de extreme droogte vorig jaar aan den lijve welke impact waterschaarste kan hebben op de bedrijfsvoering. Mislukte oogsten, een verminderde productie waardoor contracten in het gedrang komen, een belemmerde aanvoer van grondstoffen … Maar Halet merkt op dat niet alleen de sectoren die zichtbaar afhankelijk zijn van water, schade ondervinden. “Zo zien we nu dat bouwbedrijven in Vlaanderen met hogere invoerprijzen voor zand en grind worden geconfronteerd, een gevolg van de diepgangbeperking vorige zomer op grote rivieren zoals de Rijn. Zo’n beperking wordt opgelegd bij lage waterstanden en betekent concreet dat binnenschippers alleen maar mogen varen met sterk verminderde vracht. Omdat de schepen niet volgeladen waren, stegen de prijzen van grondstoffen.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.