Partnerinterview

“Steden en gemeenten móéten met klimaat bezig zijn”

Betogingen, wetenschappelijke rapporten, een politieke dynamiek … Het bewustzijn rond klimaatactie gaat crescendo. Zo ook bij Vlaamse steden en gemeenten, die niet alleen de gevolgen opvangen, maar ook steeds vaker de oorzaken van klimaatverandering willen aanpakken. Alleen: hoe begin je daar als lokaal bestuur aan?

Dit artikel maakt onderdeel uit van het magazine:
Susanovamagazine juni 2019
Fran Herpelinck | 23 mei 2019
Leuven Kapucijnenvoer Groenblauwe Structuren In De Stad Copyright Tom Dhaenens
De Kapucijnenvoer in Leuven: een voorbeeld van groenblauwe structuren in de stad.
© Tom D'haenens

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onze partner Sweco - www.swecobelgium.be

Leuven Klimaatneutraal tegen 2050. De lage-emissiezones (LEZ’s) van Antwerpen, Brussel en Gent. Het Oost-Vlaamse Eeklo dat het grootste warmtenet van Vlaanderen uitbouwt. Het zonnedelenproject van de stad Kortrijk. U kunt het rijtje ongetwijfeld nog verder aanvullen. Stuk voor stuk zijn het projecten waarmee Vlaamse steden en gemeenten hun ‘klimaatbereidheid’ in de verf zetten. Minder uitstoot van broeikasgassen, dat is de verhoopte inzet. Zal de klimaatstrijd vooral op het lokale niveau worden gewonnen?

Uitdaging is nu

Volgens Tom Van Den Noortgaete, Directeur Division Energy bij het adviesbureau Sweco, het grootste ingenieursbureau van Europa, is het antwoord niet eenduidig. “Want niet één groep zal het verschil maken. Ook bedrijven en burgers moeten mee aan hetzelfde zeel trekken. Eén ding is wel zeker: steden en gemeenten hebben heel wat macht in handen. En ze kunnen het niet langer maken om niet met klimaat bezig te zijn. Alleen zijn ook zij de tijdsgeest niet voor. De klimaatproblematiek staat nog maar sinds kort hoog op de politieke agenda. Voor veel lokale besturen begint hun klimaatverhaal, de bewuste aanpak van een problematiek, nu pas echt.”

Het schetst de tijdsgeest: steeds meer Vlaamse steden en gemeenten hebben een schepen bevoegd voor klimaat of duurzaamheid. Tegelijk maakt één benoeming de lente niet. Hoe bouw je een klimaatneutrale wijk, hoe motiveer je burgers voor een energiecoöperatieve, welke voorwaarden brengt een LEZ met zich mee? “Bij die besluitvorming staan veel bestuurders voor een gigantische uitdaging, omdat ze midden in de kwestie staan en zelf niet altijd de nodige expertise of financiële middelen hebben. Terwijl het veel efficiënter is om op dat moment even afstand te nemen en alle aspecten door te laten lichten door een externe specialist”, stelt Van Den Noortgaete.

Focus op groen en water

In zijn dienstverlening voor steden en gemeenten legt Sweco allereerst de nadruk op een klimaatadaptief plan, om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Daarmee speelt het in op de richtlijnen van het Burgemeestersconvenant, een wereldwijde groepering van steden en gemeenten voor een doeltreffend klimaatbeleid met meer dan vierhonderd Belgische steden en gemeenten in de rangen. Van Den Noortgaete: “Via het convenant engageren lokale besturen zich om werk te maken van het klimaatakkoord van Parijs. In dat kader werken tal van besturen een klimaatadaptatieplan uit, gekoppeld aan een langetermijnvisie. Daar zijn wij aan zet. Klimaatadaptief, dat betekent inspelen op droogtestress, overstromingen, hittegolven.

Betogingen, wetenschappelijke rapporten, een politieke dynamiek … Het bewustzijn rond klimaatactie gaat crescendo. Zo ook bij Vlaamse steden en gemeenten, die niet alleen de gevolgen opvangen, maar ook steeds vaker de oorzaken van klimaatverandering willen aanpakken. Alleen: hoe begin je daar als lokaal bestuur aan? In een adaptatieplan rolt een stad of gemeente een ruimtelijke blauwdruk uit waarin ‘groenblauwe structuren’ centraal staan: afgebakende ruimtes waar de biodiversiteit kan herleven. “Door samen met hen een klimaatadaptatieplan op te stellen, stimuleren we lokale besturen om al in een vroege fase duidelijkheid te verschaffen over duurzaam ruimtegebruik. Vergelijk zo’n plan met een RUP of ruimtelijk uitvoeringsplan, maar dan volledig toegespitst op meer groen en water en met aandacht voor het klimaat”, vertelt Van Den Noortgaete.

Een leidraad is het Draaiboek Groenplan, een verzameling van richtlijnen voor lokale besturen die Sweco in opdracht van de Vlaamse overheid mee opstelde. In het draaiboek leren besturen stap voor stap hoe ze via inventarisatie, concepten en een actieplan een lokale groenvisie kunnen opmaken. “Het is voor een stad of gemeente belangrijk om een visie over groen, water en klimaat achter de hand te hebben. Ook voor plaatsen waar dat niet altijd evident is. Door bestemmingszones voor groen of water vast te leggen in de ruimtelijke ordening, kan je zelfs een bedrijventerrein vergroenen.”

Tomvandenoortgaete Sweco Studiovolbloed 26

Het is voor een stad of gemeente belangrijk om een visie over groen, water en klimaat achter de hand te hebben, ook voor plaatsen waar dat niet altijd evident is

Tom Van Den Noortgaete (Sweco)
© Studio Volbloed

Warmtezoneringskaart

Een klimaatadaptatieplan is volgens Sweco een logische opstap naar een globale energievisie die klimaatverandering ook in de kern aanpakt. Lees: die de uitstoot van broeikasgassen inperkt aan de bron (klimaatmitigatie). Van Den Noortgaete: “Vooraleer lokale besturen maatregelen nemen rond energie-efficiëntie, willen ze vaak een energetische nulmeting laten uitvoeren. Negen op de tien gemeenten in Vlaanderen denkt daar minstens over na. Wat is de warmtevraag in een bepaald gebied, een wijk, stad of regio? Welke knelpunten zijn er, welke opportuniteiten? Die aspecten bundelen we in een ‘warmtezoneringskaart’, waarin we warmtevraag en -aanbod helder belichten en dat zowel voor vandaag als voor de toekomst.

Gelet op de aanvragen zit warmtezonering in de lift. Dat blijkt bijvoorbeeld in Oost-Vlaanderen, waar het provinciebestuur de steden Aalst, Dendermonde en Zelzate de voorbije maanden liet doorlichten door drie verschillende adviesbureaus, waaronder Sweco. En in de Gentse arbeiderswijk Muide-Meulestede ging Sweco aan de slag om te onderzoeken of de wijk fossielvrij gemaakt kan worden. “We brengen altijd eerst de energievraag in kaart. Dat doen we op straatniveau, in overleg met de distributienetbeheerder. Die gegevens brengen we visueel over op een kaart, waar de pijnpunten duidelijk oplichten – bijvoorbeeld plekken waar veel warmte onnodig verloren gaat. De volgende laag is het in kaart brengen van beschikbare energiebronnen. Dat koppelen we aan de mogelijkheden: kunnen er zonnepanelen gelegd worden, is er restwarmte beschikbaar of is warmte-koudeopslag mogelijk, loont het om een warmtenet aan te leggen?”

“Op die manier bieden we steden en gemeenten een neutrale kaart aan die uitgaat van een slimme energiemix, los van de visie van producenten of ontwikkelaars. Dat we lokale besturen ook kunnen helpen door voor hen nieuwe warmtebronnen of installaties voor hernieuwbare energie te ontwerpen in functie van het ritme van de stad of gemeente, is een extra troef. Zo brachten we voor de provincie Oost-Vlaanderen het ‘Energielandschap Denderland’ in kaart, een ruimtelijke vertaling van duurzame energieambities: waar en hoe kunnen we best hernieuwbare energie produceren, opslaan, transporteren en verbruiken?”

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!