Partnerinterview

Ondanks nakende brexit: België en UK delen onderzeese stroomkabel

Via een kabel op de bodem van de Noordzee zal België in het eerste kwartaal van 2019 stroom kunnen uitwisselen met het Verenigd Koninkrijk. De Nemo Link van netbeheerders Elia en National Grid zet alle politieke spanningen buitenspel. “Wat regeringen ook mogen beslissen, deze verbinding is een blijvende bijdrage aan betaalbare energie in Europa.”

Fran Herpelinck | 5 december 2018
Elia078
De Nemo Link tussen België en het Verenigd Koninkrijk komt in Zeebrugge aan land.
© Pieter Clicteur

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onze partner Elia - www.elia.be

Wat netbeheerder Elia eerder dit jaar op het strand van Zeebrugge realiseerde, is zonder twijfel een huzarenwerk te noemen. Vandaag is er geen spoor meer zichtbaar, maar diep onder het zand zijn twee onderzeese stroomkabels (via een tussenstation in Brugge) verbonden met het hoogspanningsnet. Ook aan de overkant van het kanaal, in het Britse Richborough, staat een conversiestation dat de vervoerde gelijkstroom van de zeekabels omzet in bruikbare wisselstroom. Verwacht wordt dat de Brits-Belgische energielink vanaf het eerste kwartaal van 2019 de eerste stroom zal uitwisselen.

Nemo Link is een prestigeproject van 630 à 650 miljoen euro, waarvan de Belgische en Britse netbeheerders Elia en National Grid elk de helft investeren. In navolging van geplande projecten met Noorwegen (North Sea Link), Denemarken (Viking Link) en Frankrijk, dat binnenkort drie interconnectiekabels zal delen met het Verenigd Koninkrijk, reikt ook België de hand naar het Britse eiland. Niet alleen de Britse ambitie om steviger in windenergie te investeren is van tel, ook een gedeelde visie op een duurzaam energiebeleid geeft de doorslag. Dat zeggen projectdirecteurs Bert Maes van Elia en Mike Elmer van National Grid in een gezamenlijk gesprek.

“Dit project zit al jaren in de pijplijn. In 2005 legden we voor Nemo Link de eerste contacten met National Grid. Uit tal van studies en een grondige kosten-batenanalyse bleken sindsdien dat deze verbinding voor onze beide landen, voor Britse en Belgische consumenten én voor onze bedrijven de juiste keuze is”, zegt Bert Maes. “In Elia hebben we voor deze symboolinvestering de perfecte, gelijkwaardige partner gevonden”, vult Mike Elmer aan.

Wat zijn de belangrijkste voordelen van een verbonden Belgisch-Brits stroomnet?

Maes: “In de eerste plaats wordt het via een gedeelde stroomkabel eenvoudiger om hernieuwbare energie een plaats geven op de energiemarkt. Door de wisselende beschikbaarheid van zonne- en windenergie is het soms moeilijk om vraag en aanbod af te stemmen. Door de Belgische en Britse markt met elkaar te verbinden, kunnen we samen beter inspelen op die schommelingen.”

“Daarnaast geloven zowel Elia als National Grid sterk in een Europese integratie, het verbinden van de Europese energiemarkten, omdat dat veiligheid, zekerheid en stabiele prijzen genereert. En zo kunnen we via interconnectie stroom gaan halen waar die het goedkoopst is. Momenteel ligt de elektriciteitsprijs in het Verenigd Koninkrijk iets hoger, maar dat kan door stroomschaarste, hernieuwbare energie of een heffing op CO2-uitstoot aan beide kanten van de Noordzee snel veranderen.”

Elmer: “Wij schatten vooral het duurzaamheidsaspect hoog in. Dit is een langetermijninvestering die de deur openzet voor de integratie van renewables. Wat regeringen ook mogen beslissen, deze verbinding is een blijvende bijdrage aan een geïntegreerd energienetwerk in Europa. Bovendien slaan we als netbeheerders met deze investering geen gat in onze begroting. Deze investering verdienen we terug zonder de consument met een meerprijs op te zadelen. Integendeel zelfs: omdat energietekorten efficiënter zullen worden aangevuld, zal de marktprijs mogelijk dalen. In periodes van piekverbruik zorgt Nemo Link voor een afvlakking van de prijzen.”

“Wat regeringen ook mogen beslissen, deze verbinding is een blijvende bijdrage aan een geïntegreerd energienetwerk in Europa”

Mike Elmer (National Grid)

Nemo Link wordt gelanceerd in het eerste kwartaal van 2019. De verwachte uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie ligt voorlopig vast op 29 maart 2019. In welke mate zal de brexit van invloed zijn op de verbonden markten?

Elmer: “Ook los van de brexit blijft er in het Verenigd Koninkrijk, België en Europa nood aan energiezekerheid. Door de verwachte uitstap komen er onlosmakelijk veranderingen voor de marktprocessen en verplichtingen die gepaard gaan met de uitwisseling van energie, maar feit blijft dat we interconnectors als deze nodig hebben voor onze gedeelde belangen.”

Maes: “Toch mogen we niet naïef zijn. We bereiden ons dan ook samen met National Grid voor op alle scenario’s die op ons af kunnen komen. We hebben een tweeledig plan klaar, waarbij Nemo Link zowel in een brexit- als in een niet-brexitscenario op volle toeren kan draaien. Blijft het Verenigd Koninkrijk alsnog lid van de EU, dan verandert er niets aan de onderliggende wetgeving en kunnen we verder blijven werken op basis van de impliciete veilingen op de day-ahead-markt en expliciete veilingen op lange termijn. Toch lijkt het brexitscenario momenteel het meest waarschijnlijk. In dat geval zal het Verenigd Koninkrijk te werk gaan zoals Zwitserland dat vandaag al doet. Zwitserland is geen EU-lid maar koopt wel energie aan via Europese veilingen, zij het dan verplicht enkel via expliciete veilingen, zowel op dagbasis als op langere termijn voor jaar- en maandcapaciteit. Het is een verschil in werkwijze, maar dat zal onze doelstellingen allerminst in de weg staan.”

Hoe zal de prijs van uitgewisselde energie bepaald worden?

Maes: “Alles hangt af van de day-ahead-prijs van energie in België en de UK. Hoe groter het verschil, hoe meer Nemo Link gebruikt zal worden, waardoor de elektriciteitsprijzen van beide landen naar elkaar toe zullen evolueren. Anders gezegd: hoe meer stroomkabels continentaal Europa met het Verenigd Koninkrijk deelt, hoe meer uitwisselingscapaciteit er is en hoe lager de prijsverschillen zullen zijn. Dat zou uitermate goed zijn voor de consument, maar zou ons als uitbater van een interconnector ook minder inkomsten opleveren. Uitgedrukt in cijfers: via Nemo Link kan de markt een beroep doen op een uitwisselingscapaciteit van 1000 megawatt, het equivalent van een kerncentrale. Volgens bepaalde recente studies zal een interconnectorcapaciteit tussen continentaal Europa en de UK van 11.000 megawatt de huidige congesties vrijwel volledig absorberen. Met andere woorden: overschrijden we die capaciteit en bouwen we meer interconnectors, dan zouden de prijsverschillen tussen de UK en het Europese vasteland in zo’n mate dalen dat we de investeringskosten voor de infrastructuur niet meer kunnen terugverdienen via opbrengsten uit capaciteitsveilingen. Bijkomende interconnectors zullen dan enkel nog gebouwd worden als de uitbater een gereguleerde vergoeding op de investeringskost krijgt.”

“Via Nemo Link kan de markt een beroep doen op een uitwisselingscapaciteit van 1000 megawatt, het equivalent van een kerncentrale”

Bert Maes (Elia)

In België is hernieuwbare energie momenteel goed voor 13 procent van het totale stroomaanbod, in het Verenigd Koninkrijk gaat het om 16 procent. Kan Nemo Link in beide landen voor een vergroening zorgen als het hernieuwbare aandeel relatief beperkt blijft?

Elmer: “Nemo Link zal beide landen vooral helpen om het bestaande potentieel beter aan te wenden en af te stemmen op vraag en aanbod, en de uitbreiding van het aanbod te vergemakkelijken, omdat de opgewekte energie efficiënter gebruikt of uitgewisseld zal worden. In het verleden zijn er in Europa al heel wat interconnectors gebouwd. Het ging om stroomkabels of gasleidingen tussen landen of over grenzen heen, maar toen mikte men louter op bevoorradingszekerheid. Nu ligt de focus anders. Het verklaart ook waarom we als National Grid kabels leggen naar Noorwegen (1400 megawatt) en Denemarken (1400 megawatt), twee landen die een overaanbod aan respectievelijk waterkrachtenergie en windenergie hebben. Op die manier slagen we erin om het beperkte aandeel op de eigen markt aan te vullen en het aanbod van groene stroom voor de consument te vergroten.”

Maes: “Ook België zet grote stappen om groene energie aan te kopen waar ze goedkoop is. Zo leggen we een gelijkaardige verbinding aan naar Duitsland, het ALEGrO-project, om vanaf 2020 op een efficiënte manier Duitse windenergie te kunnen verkrijgen. Met Nemo Link was het voor Elia de eerste keer dat we met een buitenlandse netbeheerder samenwerken aan een gezamenlijke investering, maar dat loopt zo vlot dat we niet uitsluiten dat we dat in de toekomst nog vaker gaan doen in Europa. Tegen 2020 willen we ook een evaluatie klaar hebben over de nood aan een mogelijke tweede kabel tussen België en het Verenigd Koninkrijk.”

De bewuste stroomkabels van Nemo Link zijn intussen gelegd. Op basis van geregelde persupdates begrepen we dat het geen sinecure was om de onderzeese kabel te trekken.

Elmer: “Dat kan je wel stellen. Het is niet evident om infrastructuurwerken uit te voeren op 50 meter diepte in troebel zeewater. We hebben het tracé van de kabel verschillende malen moeten wijzigen, omdat er duizenden obstakels op het pad lagen: niet-ontplofte oorlogsmunitie, een Amerikaanse B-17-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog, een 17de-eeuws kanon … Een bril met x-stralen had het allemaal eenvoudiger gemaakt (lacht).”

Maes: “Zo hebben we uiteindelijk een stukje Noordzee schoongemaakt. Het succesvol aanbrengen van de kabel, pionierswerk voor ons, toonde vooral onze vastberadenheid. Ondanks de vele uitdagingen ligt er toch maar mooi 260 kilometer stroomkabel. Onder de zeebodem is de kabel 1 tot 3 meter ingegraven. Aan land in Zeebrugge en Richborough is de offshorekabel telkens veilig verbonden met een onshorekabel, die naar het converterstation leidt.”

Welke horden moet Nemo Link nog nemen?

Maes: “De komende tijd voeren we nog tal van tests uit, met als bedoeling de lancering in het eerste kwartaal van 2019. We testen de infrastructuur, maar doen tegelijk ook informatierondes bij alle spelers op de energiemarkt. Volgen we de handelsregels, dan moeten we hen immers simultaan op de hoogte brengen van de nieuwe ontwikkelingen. Voorlopig zitten we op koers en is de feedback van de markt erg positief.”

Tot slot: hoe krijgt de toekomst van de Europese energiemarkt vorm? Wat wordt de rol van gedeelde stroomkabels?

Maes: “We werken met verschillende lidstaten toe naar een geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt. Dat zien we nu al gebeuren. Daarin zullen onvermijdelijk meer interconnectors opduiken. De nood aan energiezekerheid en het groeiende belang van hernieuwbare energie stuwen de markt naar manieren om snel en efficiënt energie te kunnen delen. Interconnectors als Nemo Link staan daarbij met stip op één. Stiekem hopen we dat er de komende jaren niet alleen in Europa een stroomversnelling ontstaat, maar dat we als Europa ook de brug kunnen slaan naar andere werelddelen: naar Marokko en Egypte vanuit het Middellandse Zeegebied, naar Israël en Azië en via de UK naar IJsland, Groenland en Canada … Wat ons betreft is het delen van energie via onderzeese stroomkabels zonder meer de toekomst.”

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!