Plus Maak kennis met Vlaanderen Circulair, de circulaire matchmaker

De speeltijd is voorbij, het is tijd om de circulaire economie eindelijk eens breed uit te rollen in Vlaanderen. Dat is de niet mis te verstane missie van Vlaanderen Circulair, het zopas opgerichte samenwerkingsverband tussen bedrijven, kennisinstellingen, het middenveld en de overheid. “Aantonen dat het nieuwe businessmodel opschaalbaar en economisch aantrekkelijk is: daar gaat het om”, zegt transitiemanager Jiska Verhulst.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Recycling & Circulaire Economie
Stefanie Holvoet en Katelijne Norga | 13 maart 2017
Bbe 795178
ID/ Boumedine Belbachir

Noch de overheid, noch het bedrijfsleven, het middenveld, de kenniswereld of de consument heeft afzonderlijk de kennis of de instrumenten om de omslag naar een circulaire economie te realiseren. Dat was de gedachtegang achter de oprichting van het Vlaams Materialenprogramma (VMP) in 2011. Vanuit het Materialenprogramma werkten partners uit alle geledingen van de samenleving samen aan de transitie naar een duurzame omgang met grondstoffen en materialen. Vijf jaar lang werd gewerkt aan visievorming op lange termijn (in het transitieplatform Plan C), onderzoek naar de rol van de overheid in de transitie naar een circulaire economie (vanuit SuMMa, het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer) en actie op het terrein (met het actieplan Agenda 2020). Die drie pijlers van het VMP smelten nu samen in het publiek-private samenwerkingsverband Vlaanderen Circulair, dat actief ondersteund zal worden door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). 

Ondernemerschap en innovatie 

Hoe ver staat Vlaanderen in de circulaire economie, vijf jaar na de lancering van het Vlaams Materialenprogramma?

Jiska Verhulst: “De voorbije jaren zijn we erin geslaagd het begrip ‘circulaire economie’ in de markt te zetten. HОt bewijs is dat de circulaire economie nu verankerd is als een van de zeven transitieprioriteiten van de Vlaamse Regering. Ook zijn er schitterende cases uitgewerkt rond duurzaam materialenbeheer in de bouw-, chemie-, metalen-, kunststoffen- en bio-economiesector. Na die experimentele fase zijn we nu klaar voor de volgende uitdaging: tonen dat die nieuwe businessmodellen rond circulaire economie ook opschaalbaar zijn. En dat is precies het doel van Vlaanderen Circulair.” 

Waarom is er nood aan een nieuwe motor om de circulaire economie aan te jagen? Heeft het duurzaam materialenbeheer niet het verhoopte effect opgeleverd?

Verhulst: “De partners van het VMP boekten al snel resultaten in het sluiten van materialenkringlopen, maar ondertussen vond het concept van circulaire economie internationaal enorm veel weerklank. ‘Circulair’ staat daarbij voor het sluiten van kringlopen, maar niet alleen van materialen: ook van water, ruimte, voeding, energie ... ‘Economie’ gaat over het capteren van verloren waarde, door in te zetten op hergebruik, remanufacturing, recyclage en herstel. Het duurzaam materialenbeheer ging vooral uit van ecologische overwegingen, terwijl het economische luik nu mee op het voorplan treedt. De acties die we voortaan op het getouw zetten, zullen veel meer in het teken staan van ondernemerschap en innovatie. Thema’s als productinnovatie, samenwerking over de waardeketen en businessmodelinnovatie zullen meer aandacht krijgen.”

Die vlucht vooruit zou wel eens gestuit kunnen worden door obstakels: onaangepaste regelgeving, de consumptiecultuur die niet snel genoeg switcht ... Hoe willen jullie die hindernissen overwinnen? 

Verhulst: “Het klopt dat er nog heel wat obstakels zijn: qua wetgeving, maar ook qua financiering. Het businessmodel van de circulaire economie is totaal anders dan het lineaire model en dat heeft ook gevolgen voor de financiering. Banken hebben vaak nog onvoldoende vertrouwen om krediet te verstrekken en daarom verkent de circulaire economie nu veelal alternatieve financieringsbronnen zoals crowdfunding. We moeten overleggen met de bankwereld of zij hun regels kunnen aanpassen, of er alternatieve financieringsmodellen zijn, enzovoort.”

“Maar ook een mindshift is belangrijk. In een circulaire economie is de consument niet langer een verbruiker van producten, maar een gebruiker van diensten zoals wonen, communicatie, mobiliteit … Hij betaalt voor de toegang tot die service en bezit geen producten meer. Die diensteneconomie vraagt een mentale ommezwaai bij alle burgers.”

“We moeten vooral tonen dat het kan. En daarvoor hebben we middelen nodig. Door concrete projecten op te zetten, proeftuinen te lanceren en pilootprojecten te initiëren, moet iedereen het potentieel van de circulaire economie zien.”

Jan Verheyen, woordvoerder bij de OVAM: “Vanuit de OVAM kunnen  we aanvullend werken: de verwezenlijkingen van Vlaanderen Circulair vertalen naar onze achterban. Om een concreet voorbeeld te noemen: het plan Huishoudelijke Afvalstoffen dat vorig jaar van kracht werd, maakte voor het eerst expliciet melding van de circulaire economie en de initiatieven die lokale besturen daarrond kunnen opzetten. Op die manier werkt de OVAM mee aan een breed draagvlak voor de circulaire economie.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.