Plus Luchtkwaliteit in Vlaanderen: alles kan beter

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bracht onlangs haar rapport uit over de luchtkwaliteit in Vlaanderen. “De luchtkwaliteit is de laatste jaren verbeterd. Toch zijn we er nog niet”, zeggen VMM-woordvoerder Katrien Smet en luchtexpert Tania Van Mierlo van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE).

Senne Starckx | 4 november 2016
Shutterstock 234239257
© Shutterstock

Welke tendens zien jullie in de metingen van de voorbije jaren?

De luchtkwaliteit in Vlaanderen is de laatste decennia aanzienlijk verbeterd, vooral dankzij het nationale, regionale en Europese beleid. Voor de meeste stoffen halen we ondertussen de Europese doelstellingen. Voor andere stoffen zijn de concentraties nog te hoog. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) liggen nog niet binnen ons bereik. Die zijn meestal strenger dan de Europese  grens- of streefwaarden. Om haar advieswaarden te bepalen baseert de WGO zich namelijk enkel op het effect van verontreinigende stoffen op de gezondheid. Ze houdt geen rekening met economische belangen of de technische haalbaarheid om een stof uit de lucht te weren. Met het oog op onze gezondheid zijn dus verdere acties nodig om de concentraties van een aantal stoffen te verlagen.

Welke stoffen zijn vandaag nog te zeer aanwezig in onze lucht?

Lokaal zijn er problemen met stikstofoxiden (NOX), met name in de agglomeratie Antwerpen werden overschrijvingen vastgesteld. Metingen en modelberekeningen leren ons dat ook in andere drukke steden de jaargrenswaarde voor stikstofoxiden niet gehaald wordt. Daarnaast treffen we lokaal – in de buurt van Hoboken, Beerse en Genk – hoge concentraties aan voor een aantal zware metalen. En in heel Vlaanderen liggen de gemeten waarden van ozon (O3), fijn stof, stikstofoxiden en zwaveldioxide(SO2) boven de advieswaarden van de WGO.

Fijn stof

De laatste tijd daalt de populariteit van dieselwagens sterk – onder andere als gevolg van het Dieselgateschandaal. Zien jullie dat al terug in de metingen?

Nee, althans niet in de analyse van de laatste cijfers van 2015. We zien wel dat wagens over het algemeen ‘schoner’ worden, maar we rijden nog altijd te veel kilometers om daar effectief iets van te merken in de statistieken. Bovendien geldt ook voor stikstofoxiden dat de emissie in de praktijk voor heel wat wagens hoger ligt dan wat tot nu toe bleek uit testen. Het verkeer blijft daardoor de belangrijkste bron van NOX. Uit verschillende van onze meetcampagnes en modelberekeningen blijkt dat in steden en op verkeersknooppunten de jaargrenswaarde voor NOX meermaals overschreden wordt.

Een andere polluent die de laatste jaren steeds meer in de spotlight staat, is fijn stof. En dan vooral het ultrafijne PM2,5. De monitoring voor die specifieke vorm van luchtvervuiling is relatief nieuw. Worden de concentraties fijn stof intussen al nauwkeurig opgevolgd?

Dankzij de hoge dichtheid van ons meetnet hebben we een heel goed beeld van het fijn stof in Vlaanderen. Op veertig meetlocaties worden zowel PM10(een fractie van fijnstofdeeltjes
met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 micrometer, red.)
als PM2,5 automatisch en in real time gemonitord. Bovendien kunnen we die data met een sterk computermodel verder
aanvullen. We kunnen bijvoorbeeld concentraties van stoffen berekenen op plaatsen waar we niet meten.

Houtverbranding onderschat

Het smogalarm gaat ook al enkele jaren mee. Wat is het effect van die maatregel op de luchtkwaliteit?

Het is een maatregel die vooral sensibiliserend werkt, ook al tonen onze modelberekeningen aan dat er een duidelijke terugval is van de luchtverontreiniging (voornamelijk roet) in steden, gemeenten en in de directe omgeving van snelwegen.

Zoals bekend zijn het verkeer en de industrie de grootste bronnen van luchtverontreiniging. Maar volgens de VMM is ook de verbranding van hout een belangrijke oorzaak.

Houtverbranding is een, tot nu toe,sterk onderschat probleem. Omdat hout een natuurproduct is, beseffen heel wat mensen niet wat de impact is van houtverbranding. In Vlaanderen zorgt het voor 35 procent van de totale PM10-uitstoot, 49 procent van de totale PM2,5-uitstoot, 40 procent
van de totale dioxine-uitstoot en liefst 87 procent van de totale emissie van polycyclische aromatische koolwaterstoffen of paks. Via chemische analyse kunnen we in onze metingen onderscheid maken tussen fijn stof afkomstig van verkeer en fijn stof afkomstig van houtverbranding. Zo hebben we tijdens eerdere campagnes kunnen vaststellen dat 10 à 20 procent van de hoeveelheid fijn stof in de winter afkomstig is van houtverbranding.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.