Plus Keuze uit drie keer meer elektrische wagens tegen 2021

Over twee jaar zal je in Europa kunnen kiezen uit 214 modellen van elektrische en hybride auto’s. Dat is een forse uitbreiding vergeleken met de 60 modellen in 2018. Dat voorspelt Transport & Environment (T&E), de Europese koepelorganisatie voor transport en milieu, na een nieuwe analyse van de markt en gegevens van IHS Markit.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het magazine:
Susanovamagazine september 2019
Ellen Vervoort | 19 september 2019
Banner Elektrischewagens

Na de schuchtere groei van de afgelopen jaren zal de Europese markt voor elektrische wagens tegen 2021 in totaal 214 modellen tellen: 92 zuiver elektrische en 118 plug-inhybrides. T&E stelt dat “de shift naar elektrische auto’s begonnen is”, onder meer omdat autobouwers zich moeten houden aan de nieuwe Europese regelgeving. Die bepaalt dat 95 procent van de vloot in 2020 niet meer dan 95 gram CO2 per kilometer mag uitstoten. Het is dan ook in dat jaar dat T&E de grootste groei van nieuwe elektrische modellen verwacht.

Om aan die 95 procent te voldoen, moeten er jaarlijks 2,3 miljoen elektrische wagens van de band rollen. Dat aantal zal in 2025 ruimschoots gehaald worden, want T&E schat dat er dan maar liefst 4 miljoen elektrische wagens op de markt zullen komen. Voor andere alternatieven gaan producenten op de rem staan. Er zullen slechts 9000 brandstofcelauto’s geproduceerd worden. Voertuigen op aardgas maken in 2025 nog slechts 1 procent van de markt uit.

Hotspots van fabricage

Volgens T&E maakt de productie van voertuigen met een verbrandingsmotor in de EU steeds meer plaats voor die van elektrische voertuigen. De meeste productiecentra zullen te vinden zijn in West-Europa (Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk), maar met 25 elektrische wagens per duizend inwoners wordt Slowakije het land dat relatief de meeste elektrische voertuigen bouwt. Duitsland en Zweden volgen met 19 en 14 wagens per duizend inwoners. België, Tsjechië en Frankrijk landen op ongeveer 12 wagens. Ons land zal vooral Volkswagens en Volvo’s fabriceren.

Ook de Europese markt van autobatterijen groeit: 16 grootschalige bedrijven zullen lithium-ionbatterijen maken. Dat brengt het totale vermogen van de Europese batterijproductie in 2023 op 131 gigawatt per uur, genoeg om aan de vraag te voldoen. T&E wijst er wel op dat de EU ervoor moet zorgen dat de verkochte batterijen een zo klein mogelijke koolstofvoetafdruk hebben. Hergebruik, recyclage en ethische grondstoffen zijn daarbij van groot belang.

Geen balans

Maar er is ook minder goed nieuws. In Portugal, Zweden, Slovenië, Oostenrijk, Nederland, Finland en België zullen autofabrikanten waarschijnlijk niet genoeg elektrische wagens fabriceren om de daling op te vangen in de productie van voertuigen met een verbrandingsmotor. Er is een netto verlies van het aantal wagens (elektrische of niet-elektrische) dat van de band rijdt.

Hoewel de fabricage van lithium-ionbatterijen tegen 2023 in Europa zo’n 120.000 nieuwe jobs zal creëren, moeten de precieze sociale effecten van de hele transitie naar elektrische wagens nog uitgebreider onder de loep komen. T&E plant die analyse in een later stadium, maar pleit vandaag al voor voldoende herscholings- en trainingsprogramma’s. Zo zijn de werknemers in de autoproductiesector beter voorbereid op de elektrificatie.

Beleid moet volgen

De nieuwe Europese regelgeving versnelde de transitie naar een elektrisch wagenpark, maar volgens T&E kan het beleid nog meer doen. Zo zijn er in de verschillende Europese lidstaten fiscale hervormingen nodig. Die moeten ervoor zorgen dat er meer elektrische wagens worden verkocht dan de Europese CO2-regelgeving nu voorschrijft, dat ze een groter rijbereik hebben en dat iedereen ze zich kan permitteren. De elektrificatie van bedrijfswagens en taxi’s moet worden gestimuleerd, de aankoop van vervuilende wagens ontmoedigd.

Daarnaast moeten de lidstaten een tandje bijsteken qua laadinfrastructuur (thuis, op het werk en op openbare plaatsen). Meer nog: een uitbreiding van het laadpalennetwerk moet een topprioriteit zijn, vindt T&E. Vlaanderen heeft met slechts 38 snellaadpalen nog een lange weg af te leggen. Ter vergelijking: onze noorderburen hebben er zo’n 200. Installateurs in Vlaanderen worstelen met de administratieve last en moeten nog te lang wachten om de laadpalen te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet.

T&E pleit ten slotte voor een Europese uitfasering van de verkoop van nieuwe wagens met een verbrandingsmotor, ten laatste tegen 2035. Dat is volgens de onderzoekers de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Noorwegen loopt daarin al een stapje voorop: tegen 2025 mogen daar geen nieuwe wagens met een verbrandingsmotor meer worden verkocht.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.