Plus "Investeren in de groene economie is de enige manier om groei en jobs te creëren"

Eén eengemaakte energiemarkt voor heel Europa in plaats van 28 afzonderlijke markten: dat is het idee achter de Energie-unie. Met als doel: gegarandeerde, betaalbare en klimaatvriendelijke energie voor alle Europese burgers en bedrijven, én zuurstof voor de groene economie. Peter Van Kemseke, expert op het kabinet van Maroš Šefčovič, de Europees commissaris bevoegd voor de Energie-unie: “Met de koolstofarme economie is een enorme markt gemoeid. De enige manier om duurzame groei en jobs te creëren, is in die markt investeren.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Klimaattop
Eline Van Assche | 1 november 2016
Id 741642 201610031355224 © Id Photo Agency Bart Dewaele
© ID/Photo Agency Bart Dewaele

Het Europese energiesysteem vertoont nogal wat zwakheden. Op de wereldwijde energiemarkt kan Europa maar moeilijk een vuist maken. Dat komt doordat ons energiesysteem nog steeds versnipperd is: elk van de 28 lidstaten heeft zijn eigen energiebeleid en -regels. We zijn bovendien te sterk afhankelijk van import en dat kost ons handen vol geld (denk 400 miljard euro per jaar). Europeanen verbruiken te veel energie, terwijl we de hete adem van de klimaatverandering in onze nek voelen. Door de Europese energiemarkt te unificeren, wil de Europese Commissie werk maken van een schokbestendig en zeker energiesysteem, dat ook bedrijven niet te missen kansen biedt. Onder Herman Van Rompuy besliste de Commissie al dat er dringend actie moest worden genomen op het hoogste politieke niveau om ons energiesysteem te hertekenen. Toen Jean-Claude Juncker in 2014 aantrad als voorzitter van de Europese Commissie, maakte hij van de Energie-unie een van de tien topprioriteiten.

Peter Van Kemseke, wat is er mis met het Europese energiesysteem?

Het huidige systeem is op termijn niet houdbaar. Te veel van onze energie – vandaag nog 53 procent – wordt ingevoerd. Sommige lidstaten, zoals Bulgarije, Finland en Slowakije, zijn zelfs politiek kwetsbaar omdat ze afhankelijk zijn van één dominante leverancier. De groothandelsprijzen voor elektriciteit liggen in Europa 30 procent hoger dan in de VS, en die voor gas zelfs meer dan 100 procent hoger. Door het bestaan van verschillende regels en subsidiesystemen is de energiemarkt bovendien sterk gefragmenteerd. Startups ontwikkelen erg nuttige technologie, maar die wordt vaak gecommercialiseerd in China of de VS. En ook wat duurzaamheid betreft zijn er nog grote stappen te zetten. 75 procent van de huizen in Europa is niet energie-efficiënt, onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is nog te groot en het aandeel van de hernieuwbare energie moet omhoog. Samengevat situeren de uitdagingen zich op vijf domeinen: energiezekerheid; een geïntegreerde Europese energiemarkt; energie-efficiëntie; een koolstofarme economie; onderzoek, innovatie en competitiviteit. Op elk van die vlakken is er behoefte aan een gecoördineerd Europees beleid en daar moet de Energie-unie voor zorgen. Alleen als we de krachten bundelen, kunnen we sterk staan in de mondiale energiemarkt. We kijken ook naar de onderlinge relaties tussen die vijf domeinen. Een voorbeeld: elk percentage winst op het vlak van energie-efficiëntie leidt tot 2,6 procent minder invoer van gas. Energie-efficiëntie heeft dus een onmiddellijke impact op energiezekerheid.Alle dimensies vertonen een dergelijke samenhang.

De Europese Commissie behandelt het energiethema van a tot z. Waarom is de Energie-unie dan nog nodig?

Het bijzondere aan de Energie-unie is dat we het thema ‘energie’ over alle departementen en kabinetten heen bekijken. De energie-unie wordt geleid door een vicevoorzitter. In het projectteam zitten veertien commissarissen die bevoegd zijn voor diverse beleidsdomeinen. Het gaat niet enkel over energie- of klimaatbeleid, maar evengoed over mobiliteit, landbouw, industrie, innovatie. En er is ook een sociale dimensie aan verbonden. Het is een holistische benadering waarbij we ook oog hebben voor de synergieën tussen de verschillende beleidsdomeinen. Zo’n geïntegreerde kijk is uitzonderlijk binnen de nationale en internationale politiek.

Inspanningen op elk terrein 

Dit najaar nog willen jullie landen met een indrukwekkend pakket nieuwe Europese regelgeving.

In 2015 kwamen we al met een voorstel over energiezekerheid en met voorstellen om de ETS-(Emissions Trading System, red.) en niet-ETS-wetgeving te wijzigen. Om de broeikasemissies met 40 procent terug te dringen tegen 2030, moet er een inspanning gebeuren door de  ETS-sectoren: dat zijn de energie en industriesector. Op dit moment ligt de prijs van een ton koolstof in het ETS rond 5 euro, wat veel te weinig is om innovatie te stimuleren. Daarom gaan we het ETS grondig hervormen. De lidstaten en het Europees Parlement zijn daarover al in onderhandeling. Hopelijk leidt ons voorstel snel tot een akkoord. Ook de grote niet-ETS-sectoren– transport, landbouw en gebouwen –zullen een inspanning moeten leveren. Maar hoe worden de inspanningen verdeeld tussen de lidstaten en de sectoren? Dat wordt bepaald door de Effort Sharing Decision. Daarin staat bijvoorbeeld welke CO2-reductie België voor zijn rekening moet nemen. In juli stelde de Europese Commissie de nieuwe Effort Sharing Decision voor 2030 voor. Voor transport hebben we daarnaast een specifieke strategie opgesteld om de sector te decarboniseren. Dat is hard nodig, want transport is goed voor ongeveer een derde van de CO2-uitstoot van de niet-ETS-sector, en voor ongeveer een derde van het energieverbruik. Bovendien blijft de uitstoot in die sector alsmaar toenemen. Met onze strategie willen we ook onze importafhankelijkheid aanpakken: transport is voor 94 procent afhankelijk van olieproducten, waarvan 90 procent wordt ingevoerd. Dat is enorm. Qua elektriciteit moeten we ons klaarmaken voor een nieuw tijdperk. Straks zal een groot deel van de elektriciteit decentraal worden opgewekt. Op dit moment is onze markt niet geschikt voor de grote stroom hernieuwbare energie die op ons afkomt. Het energiesysteem moet veel flexibeler worden en in staat zijn om om te gaan met schommelingen in vraag en aanbod. We hebben wetgeving nodig die veel meer gericht is op het demand response-principe en die de consument toelaat om een actievere rol te spelen: van een consumer naar een prosumer die zelf elektriciteit opwekt en op het net zet.

Wanneer treedt al die nieuwe wetgeving in werking?

Eind november komt er een belangrijk voorstel dat moet zorgen voor de implementatie van de Energie-uniestrategie in de verschillende lidstaten. Bedoeling is dat op het einde van dit jaar bijna alle wetsvoorstellen op tafel liggen – een erg ambitieus doel. Dat betekent niet dat alle nieuwe wetten ook dadelijk in werking treden. De onderhandelingen over zo’n richtlijn of verordening nemen al snel anderhalf jaar in beslag. Het is onze ambitie om tegen het einde van deze commissie – in 2019 – het wetgevende kader klaar te hebben.

Enorme economische markt 

Een van de nieuwe wetten bepaalt dat alle lidstaten voortaan een nationaal energie- en klimaatplan moeten opstellen en een jaarlijks rapport moeten schrijven. Hebben de lidstaten nog niet genoeg plannings- en rapporteringsverplichtingen?

Ze hebben er zelfs te veel! Ons voorstel moet net zorgen voor een meer gestroomlijnde rapportering. We willen ons concentreren op de essentie met het oog op politieke discussie en besluitvorming, en niet op bureaucratisch geïnspireerde rapporten die voor administratieve lasten zorgen. In het energie- en klimaatplan moet elke lidstaat opnemen wat haar ambities zijn in de vijf domeinen van de Energie-unie. Dat is nodig om te vermijden dat de Energie-unie dode letter blijft. Op die manier willen we ervoor zorgen dat de geïntegreerde aanpak, inclusief een transport-,klimaat-, industrie- en onderzoeksbeleid,ook effectief vertaald wordt naar de individuele lidstaten. Wat zeker in een land als België, met niet alleen verschillende vakministers maar ook verschillende bestuursniveaus, niet gemakkelijk is. Zweden geeft het goede voorbeeld. In dat land is de aanpak verankerd in de wetgeving. Zo overstijgt men de coalities en geeft men zekerheid aan investeerders. Veel investeerders willen wel geld steken in de groene en nieuwe economie, maar omdat ze niet weten waar lidstaten naartoe willen, krijgen ze te weinig investeringszekerheid. Daarom vragen we de lidstaten om een langetermijnvisie op te stellen. Ze moeten zich richten op 2030, met zelfs een perspectief voor 2050. Zowel lidstaten als bedrijven en andere stakeholders zien dat als een opportuniteit. Om het verdrag van Parijs te realiseren is een investering van 13,5 biljoen euro nodig. Er is dus een enorme economische markt mee gemoeid. We geloven dat investeren in de groene economie de enige mogelijkheid is om groei en jobs te creëren. Maar de rest van de wereld staat niet stil. Het is dus een belangrijk doel van de Energie-unie om de competitiviteit van de Europese bedrijven te vergroten. Met het nationaal energie- en klimaatplan willen we ook de regionale samenwerking bevorderen, als opstapje naar de realisatie van de geïntegreerde markt. We vragen dat de lidstaten overleggen met hun buurlanden over de uitwerking van hun plan. Wat zijn mogelijke synergieën?Hoe vermijden we dat een beslissing op nationaal niveau een negatief effect heeft op buurlanden? “Veel investeerders willen wel geld steken in de groene economie, maar ze krijgen te weinig zekerheid”

Aanbevelingen per land 

Sinds 2015 publiceert de Europese Commissie zelf een jaarlijks rapport over de Energie-unie. Wat is de bedoeling van zo’n globale analyse? 

De State of the Energy Union Report, dat de Europese Commissie elk jaar in november of december zal uitbrengen, bekijkt op het Europese niveau hoe de implementatie van de Energie-unie vooruitgaat. Wat hebben we dit jaar gerealiseerd? Wat is verbeterd en waar hebben we onvoldoende vooruitgang geboekt? Elk jaar in december buigen de Europese top en de Europese staatshoofden en regeringsleiders zich over die conclusies. Op die manier kunnen we de politieke prioriteiten voor het volgende jaar vaststellen. We zijn ervan overtuigd dat je energie en klimaat veel minder bureaucratisch moet bekijken en veel politieker. De State of the Energy Union Report is dus een politiek instrument, waarin we de belangrijkste kwesties naar voren kunnen schuiven om ze op de politieke agenda te houden. Door zo’n politieke benadering kwam bijvoorbeeld vorig jaar een dossier dat al twintig jaar geblokkeerd zit – ik heb het over interconnecties tussen Spanje en Frankrijk, een vrij belangrijk dossier vanuit Europees standpunt – toch in een stroomversnelling terecht. Dat kon alleen omdat het dossier op de agenda van de Europese Raad kwam. We willen de Energie-unie jaarlijks op de politieke agenda houden. We zullen in het rapport ook per land aanbevelingen opnemen met betrekking tot energie, klimaat, transport, landbouwbeleid, enzovoort. Die vormen de basis voor de gesprekken met het parlement, de sociale partners, de investeerders en de regeringen van de verschillende lidstaten. Maar die aanbevelingen zullen we pas opstarten als de nationale plannen gekend zijn. 

In het eerste State of the Energy Union Report waren wel al landenfiches opgenomen die de balans opmaakten voor alle lidstaten. Wat vertelt dat rapport ons over de aanpak in België? 

België scoort goed op het vlak van regionale samenwerkingsverbanden of interconnecties. De eengemaakte gasmarkt België-Luxemburg is een goed voorbeeld van regionale samenwerking. En 17 procent van de in België geïnstalleerde elektriciteitsproductie kan grenzen overschrijden, terwijl de Europese ambitie 15 procent is tegen 2030. Maar we hebben ook vastgesteld dat België moeite zal hebben met een aantal doelstellingen. Zo is er dringend nood aan een langetermijnvisie over energiebeleid, over de regionale entiteiten heen. België hinkt ook achterop als het gaat over hernieuwbare energie. Dat zie je onder meer aan de tewerkstellingsgraad in die sector: 0,47 procent tegenover het Europese gemiddelde van  0,53 procent. Opvallend is opnieuw het gebrek aan stabiliteit en zekerheid voor investeerders. Er is een vrij groot energiehandelsbalanstekort van 4,5 procent van het bruto binnenlands product. Dat is 50 procent meer dan het Europese gemiddelde. Die pijnpunten detecteren is onze taak. Het is vervolgens aan het land zelf om de juiste instrumenten te kiezen en in te zetten. Europa is bijvoorbeeld niet bevoegd voor de energiemix, wij zullen niet zeggen hoeveel zonnepanelen een land moet installeren of hoeveel windmolens het moet bouwen. Maar we willen elke lidstaat aanmoedigen een beleid uit te tekenen dat de doelstellingen van de Energie-unie haalbaar maakt en de Europese wetgeving respecteert. Daarnaast bekijken we hoe Europa hen door middel van financiering kan helpen.

Bereidwillig 

Niet alleen de industrie speelt een belangrijke rol in de transitie naar een groene economie, ook de steden zijn invloedrijke spelers. Hoe worden zij geholpen door Europa?

Smart cities en de transitie op lokaal niveau zijn erg belangrijk. Burgemeesters hebben vaak de tools in handen om Europese wetgeving te implementeren – denk bijvoorbeeld aan het regelen van de mobiliteit. En de bereidheid bij lokale overheden om te handelen is groot. De Europese Commissie moet burgemeesters maximaal helpen door bijvoorbeeld de financieringsinstrumenten, zoals het investeringsfonds, toegankelijker en gebruiksvriendelijker te maken. Midden oktober lanceerde de Europese Commissie daarom een webportaal voor steden. In die onestopshop brengen we alle financieringsinstrumenten en wetgeving samen die relevant is voor lokale overheden. Ze vinden er ook inspirerende voorbeelden. 

Energie duurzamer maken is een belangrijke internationale doelstelling. Is Europa nu definitief vertrokken in de juiste richting? 

Op dit moment is de Energie-unie gebouwd rond de Europese doelstelling van oktober 2014, waarmee we naar de klimaattop in Parijs zijn getrokken. Dat wil zeggen dat we tegen 2030 een

CO2-reductie van 40 procent willen bereiken, 30 procent energie-efficiënter willen zijn en 27 procent van onze energie moeten halen uit hernieuwbare bronnen. We weten inmiddels dat die percentages niet zullen volstaan. De doelstellingen werden intussen bijgesteld op Europese en internationale bijeenkomsten. Maar we zijn ervan overtuigd dat de trein richting een koolstofarme maatschappij vertrokken is. Met de Energie-unie willen we die trend zoveel mogelijk sturen en waar mogelijk financieren.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.