In Duitsland hebben burgers 30% van hernieuwbare energie in handen

In België zijn energiecoöperaties al lang geen uitzondering meer, maar in Duitsland zijn ze pas echt populair. Daar hebben 900.000 coöperanten al bijna een derde van alle Duitse installaties voor hernieuwbare energie in handen.

9 mei 2018
David Balser Energiecoöperatie Duitsland
© David Balser

In 2016 waren individuele burgers en coöperaties eigenaar van 31,5 procent van de installaties voor hernieuwbare energie. Daarmee zijn ze de grootste investeerder in de energiesector, blijkt uit een studie die het Duitse consultancybureau Agentschap voor Hernieuwbare Energie (Agentur für Erneuerbare Energien) in februari publiceerde. In heel Duitsland tellen de energiecoöperaties ondertussen 900.000 leden, goed voor een investering van 1,5 miljard euro.

De coöperaties zijn van cruciaal belang voor de Duitse energietransitie. Ze geven de burger meer macht, geven impulsen aan de lokale energieproductie, leiden tot sociaaleconomische groei en verminderen de uitstoot van schadelijke gassen.

5000 gebruikers

Een voorbeeld van een Duitse energiecoöperatie is Solix Energie, opgericht door Petra Gruner-Bauer uit Wörrstadt in de westelijke deelstaat Rijnland-Palts. Zij begon zeven jaar geleden haar 30.000 mede-inwoners in een brief warm te maken voor de oprichting van een coöperatie.

De coöperatie werd opgericht in 2011 en telt nu 116 vennoten en 5000 gebruikers. Ze zette ondertussen drie projecten op, twee met zonnepanelen en een met een windmolenpark, samen jaarlijks goed voor meer dan 7 miljoen kilowattuur. Wie lid wil worden, moet minstens 850 euro investeren; de ristorno, een uitkering van het bedrijfsoverschot aan de leden, bedraagt dit jaar minder dan 1 procent.

Draagvlak voor transitie

Rijnland-Palts is een pionier in de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Zoals Solix Energie zijn er 42 energiecoöperaties actief in de deelstaat. Bijna de helft van de elektriciteit komt er van hernieuwbare bronnen.

 “De energiecoöperaties zijn een zeer veilige en eenvoudige manier om aan de energietransitie te participeren, je hoeft er niet veel geld in te investeren”, zegt Verena Ruppert, voorzitster van het Netwerk voor Burgerenergiecoöperaties van Rijnland-Palts. “Ze zijn sterk gedecentraliseerd, helpen de lokale waardeketen te versterken, vergroten het draagvlak voor de transitie en maken financieel potentieel vrij.”

Het Netwerk voor Burgerenergiecoöperaties van Rijnland-Pals groepeert 24 leden, waarvan er 22 energiecoöperaties zijn. Die zijn samen goed voor 5000 coöperanten en meer dan 200 bedrijven, gemeenschappen en religieuze organisaties. De coöperanten hebben ongeveer 70 miljoen euro geïnvesteerd in zonnedaken, windparken, biogasinstallaties en projecten om woningen aan te passen.

Hoge drempels

De energiecoöperaties hebben de wind mee in Duitsland, waardoor het land een van de trekkers is op dit vlak, samen met de Verenigde Staten, Denemarken en Australië. Buiten het Westen zijn energiecoöperaties veeleer zeldzaam. In Latijns-Amerika bijvoorbeeld komen ze slechts in een handvol landen voor. In landen als Mexico, Peru en Venezuela zijn energiecoöperaties in theorie mogelijk maar de regels voor de elektriciteitssector maken de drempels te hoog.

In landen als Argentinië en de Dominicaanse Republiek faciliteert de wetgeving de ontwikkeling van energiecoöperaties, terwijl Bolivia, Colombia en Costa Rica ook maatregelen goedkeurden om burgerparticipatie te stimuleren.

In Argentinië, een land met 44 miljoen inwoners hebben de ongeveer 500 energiecoöperaties, goed voor meer dan 1 miljoen coöperanten, al 16 procent van de nationale markt in handen, volgens cijfers van de Argentijnse Federatie van Coöperaties voor Elektriciteit en andere Openbare Diensten.

In 2016 lanceerde het bestuur van de Argentijnse provincie Santa Fe het Prosumenten-programma. Dat financiert burgers die van stroomconsumenten stroomproducenten willen worden en hun stroomoverschot aan het net verkopen.

In Costa Rica zijn de vier energiecoöperaties al goed voor 9 procent van de stroomdistributie en 6 procent van de stroomproductie van het land.

Deelauto’s

Een grote drempel is dat minstens twaalf Latijns-Amerikaanse landen veilingen voor hernieuwbare energie organiseren. De financiële, technische en organisatorische vereisten voor kandidaten zijn zo zwaar dat coöperaties uit de boot vallen en niet verder kunnen groeien. In Duitsland is dat niet te geval.

De Duitse coöperaties evolueren ondertussen naar een volgende fase. “De transitie heeft verwarming en transport nodig”, zegt Gruner-Bauer. “We willen niet alleen focussen op energieproductie maar ook op milieubescherming.” Haar coöperatie richt zich nu op elektrische deelauto's, om het gebruik van privévoertuigen te verminderen. Ook in Vlaanderen zijn we daarmee bezig.

Bron: IPS

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!