Plus Hoe de EU ontbossing een halt toeroept

In december 2022 sloot de EU een historisch akkoord om de verkoop van producten die ontbossing veroorzaken stop te zetten. Op 19 april 2023 nam het Parlement de nieuwe wet aan, de goedkeuring door de Raad van de EU zou snel moeten volgen. Zodra de ontbossingsverordening van kracht is, zullen handelaars moeten aantonen dat hun producten legaal geproduceerd zijn en niet bijdragen aan ontbossing of bosdegradatie. Ook andere vormen van negatieve impact, bijvoorbeeld door kinderarbeid, moeten vermeden worden.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Supply chain
Tine Steens | 23 juni 2023
Ontbossing Artikel Header Template

De wereldwijde ontbossing een halt toeroepen is een aanzienlijke uitdaging. Tussen 1990 en 2020 ging maar liefst 420 miljoen hectare bos verloren: dat staat gelijk aan één voetbalveld per seconde. Europa is na China de tweede grootste aanstichter en was in 2017 verantwoordelijk voor 16 procent van alle ontbossing. Twee derde van de ontbossing gelinkt aan EU-consumptie is te wijten aan de teelt van oliepalmen en sojaplanten, respectievelijk in Zuidoost-Azië en in Argentinië en Brazilië.

De European Union Deforestation Regulation (EUDR), oftewel de ontbossingsverordening, wil die kaalslag een halt toeroepen. De verordening speelt een belangrijke rol in de Europese Green Deal, het programma waarmee de EU de klimaatverandering wil tegengaan en de EU door een groene transitie wil loodsen. Het einddoel is klimaatneutraliteit in 2050. De verordening kadert daarnaast ook binnen de EU-inspanningen om de transparantie over de toeleveringsketens van handelaars te vergroten. Dat staat in het voorstel van de Europese Commissie voor de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD, zie kaderstuk).

Risicoproducten en maatregelen

De nieuwe ontbossingsverordening verbiedt de import en export van producten die gelinkt zijn aan ontbossing. Ze is vooral van toepassing op vee, cacao, koffie, palmolie, soja, hout en rubber, maar ook op afgeleide producten zoals leer, chocolade, houtskool en papier. Producten zijn ontbossingsvrij als de producten zelf, de ingrediënten en/of de afgeleiden geproduceerd zijn op land dat niet ontbost werd na 31 december 2020.

Om de naleving van de verordening af te dwingen zullen organisaties een verantwoordelijke moeten aanstellen of een derde partij, zoals een gespecialiseerde auditor, moeten inschakelen. In een due diligence-verklaring moeten bedrijven informatie beschikbaar stellen over de hoeveelheden die ze produceren en over de exacte productielocatie. De EU-lidstaten controleren de verklaringen. Producten die afkomstig zijn uit exportlanden met een hoog risico op ontbossing worden vaker gecontroleerd. Om te bepalen welke landen een hoog risico inhouden, stelde de EU een kwalificatie op. Vindt er een overtreding plaats, dan kan de EU een boete opleggen, producten in beslag nemen of de handelaar de toegang tot de Europese markt ontzeggen.

Kritiek van ngo’s en milieuorganisaties

Ngo’s en milieuorganisaties zijn blij met deze eerste stap, maar uiten tegelijk ook hun bezorgdheid. De nieuwe regelgeving bevat immers nog enkele lacunes, en ze houdt ook risico’s in. Zo betreurt Greenpeace dat financiële instanties geen verplichtingen krijgen opgelegd omtrent ontbossing. Er heerst ook ongerustheid over het effect van de verordening op andere waardevolle ecosystemen zoals savannes en waterrijke gebieden. Als ontbossing wordt afgeremd, zouden bepaalde problemen zich naar die regio’s kunnen verplaatsen. Net als bossen zijn zulke gebieden belangrijke koolstofreservoirs en een toevluchtsoord voor dieren.

Het WWF stelt daarnaast dat de definitie van bosdegradatie onvoldoende ambitieus is. Ze beperkt zich tot de omvorming van primaire of natuurlijk regenererende bossen tot bosplantages en houdt geen rekening met de aantasting van bestaande bossen. Ook klaagt WWF het gebrek aan duidelijke erkenning van de mensenrechten aan, in het bijzonder van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen. Zij rekenen op de lokale ecosystemen voor hun levensonderhoud. Als hun rechten niet specifiek in de nationale wetgeving opgenomen zijn, worden ze ook niet onder de EU-wetgeving beschermd.

Ruimte voor aanpassingen

Omdat de ontbossingsverordening nog nieuw is, zijn er drie herzieningsmomenten voorzien. De eerste evaluatie zal één jaar na de inwerkingtreding van de verordening plaatsvinden. Dan zal de Commissie afwegen of het nodig is om een uitbreiding door te voeren van ‘bossen’ naar ‘bossen en beboste gebieden’. Nog een jaar later volgt mogelijk een uitbreiding van de lijst met producten die onder de verordening vallen. Ook de te beschermen ecosystemen, zoals graslanden, veengebieden en waterrijke gebieden, kunnen dan worden aangevuld. Vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet volgt tot slot een algemene beoordeling.

Het Europees Parlement keurde de verordening al met een overweldigende meerderheid van de stemmen goed. Nu is de Raad van de Europese Unie aan de beurt om de wettekst officieel goed te keuren. Omdat het om een verordening gaat, treedt de wet bij die goedkeuring meteen in werking. Grote en middelgrote bedrijven krijgen dan nog achttien maanden de tijd om zich aan te passen. Kleine bedrijven krijgen twee jaar voorbereidingstijd.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.

SDG

Leven op het land