Plus Hernieuwbare energie brak records in 2020, ondanks COVID-19

De coronapandemie hindert de opmars van hernieuwbare energie niet. Dat stelt het Internationaal Energieagentschap (IEA) in zijn jaarlijks energierapport. Schone energiebronnen tekenden dit jaar zelfs opnieuw een recordgroei op.

Ellen Vervoort | 13 november 2020
groene stroom groei
Volgens het IEA zet de groei zich ook volgend jaar sterk door, vooral in India en de EU.

De coronapandemie blijft wereldwijd de economie en het dagelijks leven beïnvloeden. Hoewel de vraag naar energie het afgelopen jaar daalde door nationale lockdowns en economische recessie, toonde de hernieuwbare energiemarkt – vooral sectoren die elektriciteit genereren zoals zonnepanelen en windturbines – haar veerkracht tijdens deze crisis. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het IEA.

200 gigawatt

In tegenstelling tot een daling bij alle andere energiebronnen, zal de capaciteit aan hernieuwbare bronnen aan het einde van 2020 met bijna zeven procent gegroeid zijn. Die groei is gelijk aan 200 gigawatt aan nieuwe schone energiebronnen, een absoluut record. Hernieuwbare energiebronnen zijn goed voor 90 procent van alle nieuwe bijgebouwde capaciteit dit jaar.

Hoewel de vraag naar energie in 2020 met vijf procent daalde, steeg de vraag naar hernieuwbare energie met 1 procent.

Tijdelijk beloningssysteem

De records zijn volgens het IEA te danken aan de contracten die al over een lange termijn werden afgesloten en een continue installatie van nieuwe productie-eenheden. Bovendien krijgt hernieuwbare elektriciteit vaak voorrang op het net.

De grootste toename valt op te merken in China en de VS. Die opvallende groei is vooral te danken aan ontwikkelaars die zich haasten om nog te profiteren van tijdelijke beloningssystemen zoals premies. Maar volgens het rapport zet die groei zich ook volgend jaar sterk door, met India en de EU als drijvende krachten.

Het IEA voorspelt in 2021 een forse capaciteitstoename in de EU als gevolg van geplande zonne- en windparken in Frankrijk en Duitsland die op het net worden aangesloten. De groei krijgt ook een duwtje in de rug van lidstaten die beleidsmaatregelen nemen om de hernieuwbare energiedoelstellingen voor 2030 te halen en door het coronaherstelfonds van de EU.

Interesse van investeerders

Aandelen in de hernieuwbare energie deden het dit jaar ook beter dan de meeste grote beursindexen en de algemene energiesector. Vorige maand waren aandelen van zonne-energiebedrijven wereldwijd in waarde meer dan verdubbeld ten opzichte van december 2019.

Onder invloed van de vrije markt wordt groene stroom de laatste jaren bovendien alleen maar goedkoper. Ook dat beïnvloedt het investeringslandschap en de rol van beleidsmakers. Het IEA voorspelt dat veilingen van hernieuwbare energie (waarbij overheden aanbestedingen uitschrijven voor het installeren van een bepaald vermogen) en groenestroomcertificaten verantwoordelijk zullen zijn voor 60 procent van de wereldwijde capaciteitsgroei. Grote olie- en gasbedrijven zullen tegen 2025 tien keer zo veel investeren in nieuwe capaciteit voor groene elektricteit als vandaag.

IEA-directeur Fatih Birol: “Hernieuwbare energie trotseert de moeilijkheden veroorzaakt door de pandemie en vertoont een robuuste groei, terwijl andere energiebronnen het moeilijk hebben. De veerkracht en de positieve vooruitzichten van de sector worden duidelijk weerspiegeld door de aanhoudende sterke interesse van investeerders - en de toekomst ziet er nog rooskleuriger uit."

Toekomstvoorspellingen

Hernieuwbare energiebronnen blijken goed bestand tegen de coronacrisis, maar niet tegen beleidsonzekerheden, stelt het IEA. Overheden kunnen een snelle groei ondersteunen door de onzekerheid rond steunmaatregelen weg te nemen. Doelen als klimaatneutraliteit vooropstellen, kan volgens het IEA een flinke boost geven aan de inzet van hernieuwbare energiebronnen. In navolging van de Europese Green Deal, definieerden onlangs ook Japan en Zuid-Korea de doelstelling om tegen 2050 netto nul CO2 uit te stoten. China volgt in 2060.

Zowel de toename van installaties voor zonne-energie als de groei in capaciteit aan windenergie, kunnen tegen 2022 wereldwijd 25 procent sterker worden als overheden hun schouders onder een duurzaam herstel zetten. In dat geval kunnen de capaciteit aan wind- en zonne-energie die van aardgas in 2023 voorbijsteken. In 2025 zouden zonne- en windenergie dan weer steenkool inhalen als de voornaamste bron voor elektriciteit wereldwijd.

Hoewel de consumptie van hernieuwbare warmte tussen 2019 en 2025 ongeveer 20 procent zal stijgen, zal het totale aandeel wereldwijd ongeveer constant blijven (zo’n 12 procent) omdat de vraag naar warmte - onder invloed van een groeiende industrie - toeneemt. Daardoor zal ook de CO2-uitstoot van warmte de komende vijf jaar slechts 2 procent dalen.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.