SDG-reeks

Federaal Planbureau: “De SDG’s zijn geen politieke prioriteit”

In een tweejaarlijks voortgangsrapport bekijkt het Federaal Planbureau of België op koers ligt om de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN te halen. Ons land moet fors bijspijkeren om de SDG’s tegen 2030 te halen, zo blijkt uit de nieuwste update.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
De SDG’s in België en Vlaanderen onder de loep
Fran Herpelinck | 8 juli 2019
Chimney 3705424 1920
Via een CO2-taks zou de overheid op verschillende vlakken kunnen scoren, stelt het Planbureau in het nieuwe duurzaamheidsrapport.

Om de aarde te wapenen tegen de klimaatverandering, maar ook om sociale ongelijkheid en armoede uit de wereld te helpen, lanceerden de Verenigde Naties in 2015 de SDG’s: zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die zo goed als alle aspecten van duurzaamheid aanraken. Ook België heeft zich geëngageerd om de SDG’s, de opvolger van de millenniumdoelstellingen, tegen 2030 waar te maken. Onder meer het onafhankelijke Federaal Planbureau houdt nauwlettend in de gaten of ons land in dat ambitieuze opzet slaagt. Op basis van beschikbaar cijfermateriaal toetsen zij plannen en deadlines rond duurzame ontwikkeling af aan de voortgang die België daadwerkelijk boekt.

In het laatste rapport, dat eind juni verscheen, laat het Planbureau er geen twijfel over bestaan: het ontbreekt ons land over bijna de hele lijn aan daadkracht. De VN-doelen tegen 2030 waarmaken lijkt een onbegonnen zaak. Aan elk van de SDG’s zijn een aantal indicatoren verbonden, die helpen inschatten wat de voortgang is van een doel. Op maat van ons land selecteerde het Planbureau 51 indicatoren (3 per SDG) om in de gaten te houden.

Alain Henry, coördinator van de Taskforce Duurzame Ontwikkeling van het Federaal Planbureau: “Op die manier onderzoeken we de werkpunten die in België echt van tel zijn en vatten we de werkelijkheid beter. Stelt een SDG om een einde te maken aan honger in de wereld, dan leggen wij de focus bijvoorbeeld op een indicator rond obesitas. Hetzelfde geldt voor armoede: we kijken niet naar de indicator rond een minimumloon van 1,25 dollar per dag, wel naar zaken zoals de overmatige schuldenlast van gezinnen of inkomensongelijkheid.”

Ons land maakt geen al te beste beurt in het nieuwste voortgangsrapport. Welke balans maakte het Planbureau voor 2018 op?

Alain Henry: “Misschien eerst het weinige goede nieuws: op 51 indicatoren weten we er een luttele 4 waar te maken tegen 2030. Het gaat onder meer over blootstelling aan fijnstof en olieverontreiniging in de zee. Daarnaast zijn er liefst 17 indicatoren die we zonder bijgestuurd beleid onmogelijk kunnen waarmaken tegen 2030. Denk aan het autoverkeer, dat tegen 2030 met ruim een derde moet verminderen, maar naar verwachting constant zal blijven. Of aan het aantal vrouwelijke parlementsleden, ontwikkelingshulp of de productie van hernieuwbare energie. Ook is het aantal mensen in armoede in ons land sinds 2005 gestegen. Voor de overige indicatoren blijven de doelstellingen vaag of onberekenbaar: om een evolutie te kunnen opmaken, is het noodzakelijk dat er aan deze werkpunten concrete doelen worden verbonden, die we indien mogelijk kunnen becijferen.”

Waar schort het op politiek niveau? Waarom vertaalt een concreet engagement rond de duurzame ontwikkelingsdoelen zich niet in actie op het terrein?

“Als Planbureau analyseren we de duurzaamheidsplannen van de Belgische regeringen al meer dan twintig jaar, sinds België in 1997 een wet voor duurzame ontwikkeling uitvaardigde. De tendens is al die jaren hetzelfde gebleven: men stelt voor een beperkt aantal thema’s doelen op en geeft die op papier enig gewicht, maar men geeft er geen gevolg aan. Toen Bruno Tobback een vijftiental jaar geleden federaal minister van Leefmilieu was, vatte hij de patstelling rond milieubeleid treffend samen: ‘Ik weet wat ik moet doen om in ons opzet te slagen, maar als ik de nodige beslissingen doorvoer, word ik niet herkozen.’”

Welke aanbevelingen heeft het Planbureau voor de politiek?

“Voer uit wat je belooft. De SDG’s zijn een nuttig kader voor ministers om beleidsmaatregelen voor te bereiden en uit te voeren. Vooral belangrijk is dat maatregelen op verschillende vlakken scoren. Zo werkten we in het rapport het voorbeeld uit van een CO2-taks, die aan verschillende doelen tegemoet kan komen. De inkomsten daarvan kunnen we gebruiken om de bijdrage voor sociale zekerheid te minderen of een energiecheque te geven aan gezinnen die de meeste impact voelen van zo’n mogelijke taks.”

“Op structureel vlak adviseren we de regering om werk te maken van een nieuw Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling en om de interfederale samenwerking rond duurzame ontwikkeling zo snel als mogelijk te hervatten.”

Lees hier het volledige voortgangsrapport van het Federaal Planbureau.

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!