Plus Elektrische laadinfrastructuur: een stand van zaken

Dertigduizend elektrische laadpalen telt Nederland, 1850 zijn er in Vlaanderen. Als Vlaanderen klaar wil zijn voor elektrisch rijden, dan is er een ferme inhaalbeweging nodig. Bovendien moet die laadinfrastructuur duurzaam zijn en slim geïntegreerd worden in ons energiesysteem. Een stand van zaken.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het magazine:
Transport & Mobiliteit
Stefanie Holvoet | 20 september 2018
Adobe Stock 136378232

Bij een telling in maart 2018 waren er circa 1850 laadpunten in Vlaanderen. Peter Van den Bossche, batterijspecialist bij MOBI, het Mobility, Logistics and Automotive Technology Research Centre van de VUB: “Circa, omdat het exacte aantal niet duidelijk is. De laadpalen worden uitgebaat door verschillende aanbieders van laadoplossingen: Allego, Eneco, Blue Corner, EV-Point, EDF Luminus... Bij sommige laadpalen kan je ook met de app of laadkaart van een concurrent laden. Door die gedeeltelijke overlapping is het juiste aantal laadpunten onduidelijk en is het soms moeilijk een overzicht te krijgen. En net een betrouwbare inventarisatie is een belangrijk argument om potentiële bestuurders van elektrische auto’s over de streep te trekken, net als vlot toegankelijke laadpalen en een transparante tarifering.”

1 laadpunt voor 14 EV’s

Europa vraagt dat elke lidstaat per tien elektrische wagens (EV’s) ongeveer één publiek oplaadpunt voorziet. Daar is ons land nog lang niet. In een antwoord op een schriftelijke vraag gaf Vlaams minister van Energie Bart Tommelein aan dat Vlaanderen over één laadpunt per veertien EV’s beschikt, iets minder dan één op drie als het over zuiver elektrische wagens gaat. Volgens de cijfers van het European Alternative Fuels Observatory is dat minder dan in de ons omringende landen, waar de verhouding minder dan één op tien is. Al is het niet duidelijk of de gedefinieerde definitie van ‘publiek toegankelijk’ daar even streng is als in Vlaanderen (24/7 toegankelijk voor iedereen). Tegen 2020 wil de Vlaamse overheid een inhaalbeweging maken en het aantal laadpunten opdrijven tot 7400, legde ze vast in haar actieplan ‘Clean power for transport’. Dat zijn ongeveer 3700 laadpalen (een laadpaal telt doorgaans immers twee laadpunten). Peter Van den Bossche: “Het Vlaamse beleid gaat in de goede richting, maar overdreven ambitieus is het niet: in Nederland staan nu al dertigduizend laadpalen. Nagenoeg elke wijk en ieder dorp beschikt er over een laadpaal. Vlaanderen kan heel wat leren uit de lessen en fouten die onze noorderburen bij de uitrol van hun laadinfrastructuur maakten. Een voorbeeld? Laadpalen aan gemeentehuizen worden nauwelijks gebruikt, terwijl die van parkings in ziekenhuizen heel populair zijn. Met dergelijke bevindingen houdt Vlaanderen best rekening.”

Ook bij de keuze van betaalmethoden, laders en oplaadstekkers werken we best over de grenzen heen samen. Vandaag verschilt de laadinfrastructuur binnen Europa nog sterk van land tot land. Dat stelde het ingenieursbureau Sweco vast in het rapport E-magine a Journey through Europe - Energy Infrastructure for Sustainable Mobility. Zo varieert het aantal oplaadpunten per land aanzienlijk. Ook hanteert elk land verschillende betaalmethoden. Wie vandaag met zijn elektrische auto door Europa wil reizen, mag zich met andere woorden verwachten aan een planmatige uitdaging van formaat. Sweco pleit dan ook voor harmonisatie van laders en betaalmethoden. Een ander aandachtspunt is roaming. Goede afspraken tussen de Europese actoren laten toe om met één laadpas in heel Europa zorgeloos op te laden. Op dat vlak is een snelle evolutie zichtbaar.

De kip of het ei

Vooral de angst om zonder stroom te vallen houdt consumenten tegen om voor een volledig elektrische wagen te kiezen, zo blijkt uit enquêtes. Kan het aanbieden van meer laadpalen twijfelaars over de streep trekken? “Uit experimenten in Japan en Frankrijk bleek dat hoe meer laadpalen beschikbaar waren, hoe meer bestuurders met hun elektrische wagen reden. Het installeren van laadpunten moet hand in hand gaan met het stimuleren van elektrisch rijden”, meent Joeri Van Mierlo, die aan het hoofd staat van MOBI. “Op dat vlak zitten we met de typische kip-of-ei-vraag: zorg je eerst voor meer laadpalen of wacht je tot er meer elektrische wagens zijn? Je moet natuurlijk een basisaanbod hebben, zodat mensen niet zonder stroom vallen. Maar te veel palen plaatsen voor de elektrische auto’s er zijn, heeft ook geen zin: dan is de kost voor de aanbieder te hoog en ergeren mensen zich aan de niet-gebruikte, lege parkeerplaatsen voor elektrische auto’s. Dat werkt contraproductief. Eens de verkoop van elektrische auto’s begint te stijgen, moeten de laadpalen wel snel volgen. Zeker in steden, waar 90 procent van de inwoners geen eigen garage met stopcontact heeft.”

Nu de prijzen stilaan dalen en autoconstructeurs meer elektrische modellen op de markt brengen, zou de toename van elektrisch rijden snel kunnen gaan. Als 73.000 consumenten – de Vlaamse doelstelling – morgen voor een elektrische auto kiezen, dan kan de energievraag in ons land met 0,5 procent stijgen. Gaan we allemaal elektrisch rijden, dan hebben we zo’n 20 procent meer elektriciteit nodig. Kan ons energienet dat aan? Elektriciteit is meer dan een stopcontact: de laadpaal van de toekomst moet deel uitmaken van een nieuw ecosysteem, perfect geïntegreerd in een groen elektriciteitsnet, benadrukken experts. En omdat dat systeem gebaseerd zal zijn op fluctuerende hernieuwbare bronnen als zon en wind, zal een goede afstemming van elektriciteitsvraag en -aanbod cruciaal zijn bij deze transitie.

Technologie kiest moment van laden

“Gespreid laden wordt een must”, zegt Michel Davidts van energieleverancier Eneco, dat zijn klanten naast gas en elektriciteit ook thuisbatterijen en zonnepanelen aanbiedt. “Belangrijk in die redenering is het besef dat auto’s het grootste deel van de dag stilstaan. Het tijdsvenster waarbinnen een elektrische wagen kan worden opgeladen is enorm. We evolueren naar een systeem waarbij de klant zijn wagen aankoppelt – thuis of op het werk – en de technologie zelf een goed moment kiest om te laden. De batterijen van elektrische wagens kunnen bovendien een teveel aan wind- of zonne-energie tijdelijk opslaan. Zo kunnen we meer hernieuwbare energie in het net integreren.”

Voor wie veel kilometers maalt en niet lang kan stilstaan, kunnen snelladers een oplossing zijn. Michel Davidts: “Dat zijn laadpalen met een groot vermogen, die je batterij in minder dan een halfuur voor 80 procent opladen. Snelladers moeten er zeker zijn, bijvoorbeeld naast onze autosnelwegen, maar ze zijn niet overal nodig.” Op 25 strategische locaties langs de Belgische autowegen en commerciële centra staan sinds eind vorig jaar snelladers van EDF Luminus, dat ook laadoplossingen aanbiedt voor thuis en op het werk. De laadstations zijn onderdeel van een gekoppeld snellaadnetwerk van meer dan driehonderd snelladers dat toelaat om elektrisch te rijden van Italië tot Dublin. Geert Leppens van EDF Luminus: “In onze laadstations kunnen alle types elektrische wagens gemakkelijk inpluggen, want de palen zijn uitgerust met multi-standaard stekkers. Daarnaast zijn ze toegankelijk voor alle types laadpassen.” Slim laden helpt om het elektriciteitsnet niet te overbelasten, meent ook Geert Leppens. “Bij de huidige plug-in-hybridewagens valt de energievraag nog mee, omdat ze relatief kleine batterijen hebben, maar het opladen van een volledig elektrische wagen vergt op jaarbasis al snel evenveel energie als een gemiddeld huishouden. ‘Slimme’ laadoplossingen spreiden de vraag naar energie in functie van het aanbod aan lokale hernieuwbare energie, zodat we duurzamer kunnen rijden en niet het hele elektriciteitsnet moeten versterken.”

Green Deal in de maak

Ook de Vlaamse overheid zet momenteel in op de integratie van elektrische voertuigen in het energiesysteem. Deze zomer werden de contacten gelegd en voorbereidingen getroffen voor de Green Deal ‘Slim en duurzaam laden’. Zo’n Green Deal is een vrijwillige overeenkomst tussen (privé)partners en de Vlaamse overheid om samen een duurzaam project te starten rond een complexe, vaak innovatieve problematiek. De Green Deal ‘Slim en duurzaam laden’ wil een visie en roadmap opstellen voor de duurzame integratie van EV’s in het energiesysteem. Die integratie moet gebeuren in overleg met alle betrokken partijen: overheden, energieleveranciers, terreineigenaars ... Samen zullen ze instrumenten ontwikkelen en (wettelijke) barrières wegwerken om een decentrale infrastructuur te kunnen uitrollen. Zo’n decentraal systeem is nodig om wagens lokaal te kunnen opladen met groene stroom en zo een belasting van het elektriciteitsgrid te voorkomen op momenten dat er een overmaat aan zon of wind is. In principe kan het systeem op termijn ook omgekeerd werken: batterijen die opgeladen stroom tijdens vraagpieken afgeven bij een lagere productie van zonne- en windenergie.

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.