Partnerinterview

Plus Eerste circulaire gebouw van België komt in Westerlo

In 2019 verrijst in Westerlo, op de site van Kamp C (het kenniscentrum voor duurzame innovatie in de bouw), het eerste circulaire gebouw in België. En dat is niets te vroeg, zegt directeur Peter-Paul van den Berg. “Nederlandse spelers zetten met lef circulaire gebouwen neer die wereldwijd gelden als pilootprojecten. Ook in Vlaanderen hebben wij zulke voortrekkers nodig.

Stefanie Holvoet | 16 maart 2018
Img 0503 Mdr A5
©Kamp C

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onze partner Kamp C - www.kampc.be

Het mag duidelijk zijn, ook in Vlaanderen begint er wat te bewegen rond circulair bouwen. Vanaf 2019 verrijst op de site van Kamp C in Westerlo ’t Centrum, het eerste circulaire gebouw in ons land. Peter-Paul van den Berg: “Voor de bouwsector is het heel moeilijk om de manier van werken om te gooien zonder dat daar een winstgevende businesscase achter schuilt. Geen enkel bouwbedrijf durft het vandaag aan om op eigen houtje circulair te bouwen, en dat begrijp ik. Als neutrale en onafhankelijke overheidspartner neemt Kamp C die trekkersrol op zich. Dat doen we niet alleen. De grootste uitdaging bestaat erin om zo veel mogelijk bouwbedrijven letterlijk mee te laten bouwen, zodat ze zelf zien hoe het in de toekomst anders kan. We moeten ze uit hun dagelijkse routine halen en doen inzien dat circulair bouwen veel kansen biedt. Hoe sneller ze mee zijn in dat verhaal, hoe toekomstbestendiger ze hun bedrijf maken.”

Wat zijn de ambities voor dat eerste circulaire gebouw en hoe ziet de planning eruit?

“In 2019 starten we met de bouw van ’t Centrum op onze site in Westerlo. In dat gebouw integreren we samen met bouwopleidingen en bouwbedrijven zo veel mogelijk pijlers van circulair bouwen. Tegelijk onderzoeken we wat er financieel mogelijk is, zodat ook de kosten onder controle blijven. In de jaren daarna bouwen we rond ’t Centrum stap voor stap een circulair bedrijventerrein uit. Daar is geen haast mee gemoeid. Bij elk nieuw gebouw nemen we de inzichten mee uit het vorige bouwproces. Het gaat met andere woorden niet om de gebouwen op zich, wel om het leerproces waaruit de hele sector inspiratie kan halen.”

Hoe betrekt Kamp C bouwheren en architecten in Vlaanderen bij het circulaire verhaal?

“We beginnen met het circulaire aanbesteden. Al in die fase proberen we zo veel mogelijk bouwbedrijven aan boord te krijgen. Ongeacht of ze het uiteindelijke gebouw zullen neerzetten, kunnen ze in dat proces al heel wat opsteken. Alle kennis die we daarbij vergaren, verspreiden we breed via onze communicatiekanalen, zodat de hele bouwsector de lessen op de voet kan volgen en kan toepassen.”

Er circuleren verschillende definities van circulair bouwen. Waarom is die van jullie de meest sluitende? 

“Het is in elk geval de meest complete. Er is niet één definitie van circulair bouwen, er zijn veel varianten. Daarom is het vandaag onmogelijk om het ultieme circulaire gebouw neer te zetten. Wel kan je zo veel mogelijk aspecten van circulair bouwen proberen te integreren. Hoe meer je er in rekening neemt, hoe circulairder het gebouw.”

“Veel organisaties focussen vandaag op het end-of-lifeaspect – wat gebeurt er met een gebouw dat gesloopt moet worden? Andere houden zich vooral bezig met de materialen: de nagroeibaarheid ervan, cradle-to-cradle en het sluiten van de kringlopen. Maar dat zijn maar twee van de zeven pijlers die Kamp C onderscheidt om echt van circulair bouwen te kunnen spreken.”

“Een eerste pijler is circulair ontwerpen, met het oog op demontabel, remontabel en veranderingsgericht bouwen. De ontwerper voorziet zuivere verbindingen zodat gebouwelementen gemakkelijk gedemonteerd en hergebruikt kunnen worden. Gebouwen worden ‘materiaalbanken’, tijdelijke depots voor materialen, met een materialenpaspoort. Circulaire materialen zijn de tweede pijler: enerzijds nagroeibare materialen zoals hout, maar ook zuivere materialen die je zonder kwaliteitsverlies eindeloos kan hergebruiken. Ook het nieuwe werken hoort voor ons bij circulair bouwen, als derde pijler. Dat heeft immers een grote impact op de manier waarop we kantoren bouwen en inrichten. In de plaats van afgesloten hokjes krijg je grote ruimtes waar medewerkers van verschillende bedrijven samenwerken.”

Niet alleen bouwproducten maar ook bouwprocessen moeten circulair worden. Hoe ver staat Vlaanderen daarin?

“In Vlaanderen staan circulaire bouwprocessen nog in de kinderschoenen. Het gaat om de vier resterende pijlers van circulair bouwen: circulaire gebiedsontwikkeling, circulaire businessmodellen, circulair aanbesteden en circulaire financiering.”

“Onder circulaire gebiedsontwikkeling verstaan we het matchen en groeperen van bedrijven zodat de materiaalketen gesloten wordt. Bijvoorbeeld: de afvalstroom van het ene bedrijf is een grondstof voor zijn buur, of de restwarmte van de ene is de energiebron van de andere.”

“Een mogelijk circulair businessmodel is dat de producent de eigenaar blijft van zijn product. Zo kunnen bedrijven tapijten leasen bij producent Desso, die ze na gebruik terugneemt en inzet als grondstof om nieuwe tapijten te maken. Door de verantwoordelijkheid bij de producent te leggen, zal hij producten maken die lang meegaan en weinig onderhoud nodig hebben, en waarvan de materialen makkelijk te demonteren zijn.”

“Circulair aanbesteden maakt een einde aan het traditionele bestek met eisen waarop de goedkoopste leverancier intekent. In de plaats komt een pakket van ambities en een vast budget. Alle actoren die interesse hebben, gaan rond de tafel zitten om samen tot een eindproduct te komen waarin iedereen een welomschreven rol heeft en waarbij ze elkaar begeleiden en kennis uitwisselen.”

“Bij circulaire financiering ten slotte is een product aanbieden als een dienst één mogelijkheid. Daarbij blijft de producent de eigenaar van zijn product. Tegelijk ontstaan er tussenvormen: financiële organisaties die de leveranciers vergoeden, maar het totaal als een service leasen aan de eindgebruiker. Vaak gaat dat via innovatieve financieringsvormen, van crowdfunding tot bijvoorbeeld particulier geld buiten de banken om investeren in duurzame projecten en met een hoger rendement.”

In hoeverre is de Vlaamse bouwsector al mee in dat verhaal?

“Hier en daar is iemand bezig met een van de aspecten van circulair bouwen, maar niemand richt zich op het totaalplaatje. Die rol wil Kamp C opnemen, door onze brede kijk op circulair bouwen toe te passen en zelf het eerste circulaire gebouw in België neer te zetten op onze site. Op die manier willen we samen met de bouwsector aan den lijve ondervinden op welke muren het circulair bouwen vandaag nog botst, en hoe we de obstakels weg kunnen werken.” 

Van welke buitenlandse cases rond circulair bouwen kan de bouwsector iets opsteken?

“In Nederland zijn heel wat goede voorbeelden waar wij van kunnen leren. Neem nu het nieuwe gemeentehuis van Brummen. Architectenbureau RAU ontwierp dat als een grondstoffendepot: na gebruik nemen de fabrikanten en leveranciers de waardevolle grondstoffen en bouwelementen terug. Bovendien is ruim 90 procent van het ontwerp demontabel. Of kijk naar het gerenoveerde hoofdkantoor van netwerkbeheerder Alliander in Arnhem: 95 procent van de materialen die uit het gebouw zijn gehaald, werden opnieuw gebruikt. Zo zijn de oude bureaubladen bekleed met vilt en ingezet als tussenschot tussen de nieuwe bureaus. Zo’n 1.600.000 kilo puin is gebruikt voor de verharding van de grond rond het gebouw, en elders als fundering onder nieuwe wegen. Ook het aanbestedingsproces in de aanloop van de renovatie was grensverleggend. In de selectie- en gunningsfase daagde Alliander de markt uit om de grenzen tussen de verschillende disciplines te laten vervagen en samen na te denken over de aanpak van de circulaire renovatie. Dat leidde tot ongeziene samenwerkingsvormen en innovaties.”

Wat kunnen wij concreet leren van onze noorderburen?

“In Nederland zijn er talloze spelers die durven te veranderen en met lef gebouwen neerzetten die vandaag wereldwijd als pilootprojecten fungeren. Ook in Vlaanderen hebben we zulke voortrekkers nodig. Overheden hebben daarin een belangrijke rol te spelen, omdat zij als neutrale partij kennisinstellingen en marktspelers kunnen samenbrengen. Een goed voorbeeld is het Havenbedrijf Antwerpen. Dat wil op de Churchill-site, waar vroeger de fabriek van Opel gevestigd was, circulaire bedrijven aantrekken.”

Als u alle Vlaamse bouwheren en architecten persoonlijk advies kon geven, wat zou u hen dan zeggen?

“Dat de wereld heel snel aan het veranderen is. Het is nú tijd om te leren. Als ze klaar willen zijn voor de toekomst, moeten ze nu al ervaring opdoen met circulair bouwen. Dat kan door mee op de kar te springen bij projecten als de bouw van ’t Centrum. Op die manier kunnen ze mee hun visie en stempel drukken op het resultaat en op de manier waarop circulair bouwen ingang zal vinden in Vlaanderen.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.