Partnerinterview

De vraag van 80 terawattuur: doet offshore wind ons kernenergie vergeten?

Op de planning voor 2025: alle Belgische kerncentrales sluiten. Zo’n scenario werpt tal van vragen op. Zullen we in ons land tegen 2025 nog over voldoende energiebronnen beschikken om een stroomtekort te vermijden? Kunnen we onze ambities inzake hernieuwbare energie waarmaken?

Fran Herpelinck | 12 januari 2021
Tom44582

Hoe we ze ook draaien of keren: binnen vijf jaar zullen de kaarten op de energiemarkt anders geschud zijn. Zullen zon en wind ons land voldoende energie kunnen leveren om te vermijden dat gascentrales overuren moeten draaien, laat staan dat we tekorten moeten opvangen met nucleaire importstroom uit Frankrijk? In 2020 was hernieuwbare energie in België goed voor een marktaandeel van 18,3 procent. Hoe zal dat aandeel de komende jaren evolueren? En welke rol zal offshore wind, de sterkst groeiende duurzame energiebron, spelen?

We leggen de kwestie voor aan twee experts: Miguel de Schaetzen, CEO van Eneco Wind, en uitvoerend directeur Thierry Aelens van offshore windpark Norther. De Schaetzen staat sinds 2010 aan het hoofd van de winddivisie van duurzame energieproducent en -leverancier Eneco en is al meer dan vijftien jaar actief in de sector. De laatste realisatie waar Eneco Wind mee zijn schouders onder zette, is het offshore windpark SeaMade (487 megawatt) op de Noordzee, dat in de zomer van 2020 voor het eerst stroom leverde aan het Belgische net. In dezelfde wateren is ook Thierry Aelens van Norther actief. Tot december was Norther met zijn 370 megawatt het grootste offshore windmolenpark van België.

2020 was met de realisatie van Norther en SeaMade een succesjaar te noemen. Valt het grootste potentieel aan hernieuwbare energie momenteel op onze Noordzee te halen?

Thierry Aelens: “Offshore wind is in ieder geval dé efficiënte keuze om grote volumes groene stroom op te wekken. Dat zeg ik niet enkel om voor eigen winkel te pleiten. Een offshore windpark kan in een beperkte tijd worden opgebouwd. Een snelle bouwtijd, met tegelijk grote capaciteit: dat is wat ons land nodig heeft. Op twee jaar tijd werd Norther gebouwd, een park dat instaat voor een derde van de capaciteit van de gemiddelde kerncentrale in ons land. Op een kleine, beperkte ruimte voor de kust slagen we erin om innovatief te zijn: was het eerste Belgische windmolenpark op land, gebouwd in 2003, goed voor een capaciteit van 9 megawatt in totaal, dan wekt elk van de 44 turbines van Norther nu liefst 8,4 megawatt op.”

Miguel de Schaetzen: “Alle Belgen samen verbruiken op dit moment jaarlijks ongeveer 80 terawattuur (of 80 miljard kilowattuur. Ter vergelijking: een koelkast verbruikt jaarlijks ongeveer 100 kilowattuur, red.). Norther alleen al slaagt erin om 1,5 terawattuur te produceren. Offshore wind vertegenwoordigt in België vandaag 8 procent van de totale energieproductie. Daarmee is het, na kernenergie en aardgas, de derde grootste energiebron van ons land.”

Hoogspanningsnet versterken

Met de realisatie van SeaMade is het laatste grote windmolenpark voor de kust van Zeebrugge intussen volledig afgewerkt. De regering kijkt nu al enkele jaren naar een tweede gebied ter hoogte van De Panne, maar de aanpak en timing lijken nog niet helemaal rond. Speelt dat de ontwikkeling van Belgische offshore wind parten?

De Schaetzen: “Of die tweede offshore windzone er komt, is volledig afhankelijk van de projecten Ventilus en Boucle du Hainaut van Elia. Willen we de groene stroom uit nieuwe windparken veilig aan land brengen, dan moet het hoogspanningsnet vanaf de kust versterkt worden. De nieuwe hoogspanningsinfrastructuur van Elia moet daarin voorzien, maar door protest van omwonenden lopen de projecten vertraging op (het einde van de werken is volgens de laatste voorlopige timing voorzien tussen 2026 en 2028, red.). Aangezien die projecten volgens Elia móéten slagen omdat er geen plan B is, kunnen wij momenteel aan de zijlijn alleen maar toekijken.”

Mocht het Ventilus-project gerealiseerd worden, zullen er in de toekomst dan nog concessies worden toegekend volgens jullie?

Aelens: “Dat lijkt me sterk. De plaats op onze Noordzee is immers beperkt. In de eerste plaats zullen we moeten inzetten op een betere opslag van windenergie wanneer die op winderige dagen in overvloed geproduceerd wordt. Dat kan via batterijen of waterstof, maar die technologietypes hebben nog enkele jaren nodig om tot volle ontwikkeling te komen. Omdat het hoogspanningsnet niet méér volume aan kan, wil Elia het aandeel van offshore windenergie beperken tot 4,4 gigawatt. Technisch gezien zijn we echter tot veel meer in staat. Turbines zullen steeds performanter worden en in de nabije toekomst kunnen we verouderde turbines vervangen door krachtigere exemplaren (gekend als repowering, red.). Bovendien zouden we drijvende zonnepanelen kunnen plaatsen tussen de turbines. Opgeteld zullen we die drempel van 4,4 gigawatt kunnen overschrijden, maar dan moeten we wel werk maken van betere opslag. Zo kunnen we in een nabije toekomst haalbaar overschakelen naar een hernieuwbaar marktaandeel van 60 of 70 procent.”

We moeten zelf blijven investeren, omdat energie strategisch gezien zo belangrijk is voor een land. Iedereen in deze sector weet: als er een probleem opduikt, dan kunnen de Europese energiegrenzen zó weer dichtgaan.

Miguel de Schaetzen, CEO Eneco Wind

Europees offshore netwerk

Het potentieel van de Belgische offshore windindustrie wordt gekortwiekt door procedures en een gebrek aan bruikbare ruimte. Tegelijk raakt België op de energiemarkt steeds beter verbonden met zijn buurlanden. Zullen die buurlanden ons te hulp schieten?

Aelens: “De eenwording van de Europese energiemarkt is eigenlijk reeds een gegeven. In het najaar van 2020 maakte de Europese Commissie een nota bekend waarin ze het plan lanceerde voor een Europees offshore netwerk. Dat verbindt landen die windenergie produceren met elkaar, van Noorwegen tot Portugal, om zo energie beter te kunnen verdelen. Op die manier zouden we ook overschotten beter kunnen opslaan, bijvoorbeeld in Zwitserse of Noorse stuwmeren. En die opnieuw kunnen aanspreken in tijden van schaarste. Zo hoeven we niet in te zetten op fossiele centrales of de import van buitenlandse nucleaire stroom.”

De Schaetzen: “Het heeft ontzettend veel voordelen om met andere Europese landen aan dit verhaal te werken. Toch mogen we niet alleen daarop inzetten. We moeten zelf blijven investeren, omdat energie strategisch gezien zo belangrijk is voor een land. Iedereen in deze sector weet: als er een probleem opduikt, dan kunnen de energiegrenzen zó weer dichtgaan. België is het best verbonden land van Europa – we kunnen door Nederland, Engeland, Frankrijk en Duitsland bediend worden – maar dat wil niet zeggen dat we enkel kunnen profiteren. Als je zelf niet investeert, onderga je de markt.”

Hoe verloopt de financiering van een windmolenpark als Norther?

Aelens: “De energie zelf is in handen van energieleveranciers Engie en Eneco, die elk de helft van de stroom van ons afnemen en verder verkopen aan hun klanten. Norther is een project dat meer dan een miljard euro heeft gekost. Om dat te bekostigen, konden we deels gebruik maken van overheidsondersteuning. Anders dan bij parken uit het verleden, kregen we geen vast bedrag per megawattuur, maar wel een toeslag die afhangt van de elektriciteitsprijs. Om verder zo’n project levensvatbaar te maken, slaan we via PPA’s (power purchase agreements, red.) de handen in elkaar met energieleveranciers. Zij kopen de groene stroom op voorhand aan een vaste prijs aan. We garanderen hun een bepaald volume groene stroom, terwijl zij ons helpen om te blijven investeren.”

De Schaetzen: “Diezelfde garantie maken wij vervolgens ook, door met bedrijven in ons land, bijvoorbeeld industriële grootverbruikers, zelf contracten af te sluiten. Via de corporate PPA’s kunnen bedrijven grote volumes groene stroom van windparken als Norther of SeaMade bij ons aankopen waarbij er prijsafspraken gemaakt worden voor tien of vijftien jaar. De reguliere energiemarkt heeft slechts een horizon van drie jaar: je kan strikt genomen slechts voor die periode prijsgaranties bieden. Via corporate PPA’s kunnen we verder reiken dan die horizon en bedrijven rechtstreeks in verbinding stellen met dé groene energiebron van nu en later: offshore windparken. Steeds meer bedrijven streven naar CO2-neutraliteit: wij helpen hen op deze manier vergroenen.”

Als het binnenkort ook in België met een minimum aan steun moet, wat ongetwijfeld zo zal zijn, kunnen we corporate PPA's niet meer wegdenken.

Thierry Aelens, uitvoerend directeur Norther

Bedrijven willen groene stroom

Is er voldoende groene stroom voorhanden via offshore wind om aan de vraag van die grootverbruikers te voldoen?

De Schaetzen: “We zien een duidelijke trend in de bedrijfswereld: steeds meer bedrijven gaan verduurzamen en willen van ons de garantie dat hun stroom lokaal en hernieuwbaar wordt opgewekt. Je moet weten: heel veel groene stroom is alleen op papier groen. Door GvO’s (garantie van oorsprong, red.) op te kopen bij landen met een overschot aan hernieuwbare energie, zoals de Scandinavische landen, verkopen sommige Europese energieleveranciers die niet echt duurzaam te werk gaan nucleaire energie op de markt als groene stroom.”

“Vanwege de explosieve vraag naar lokale groene stroom, verwachten we een onevenwicht op de markt. Wij worden benaderd door bedrijven waar energie liefst 40 procent van de totaalkost uitmaakt. Als die volumes aan hen worden toegewezen, kan die stroom niet voor andere doeleinden gebruikt worden, terwijl de particuliere markt ook steeds luider om groene stroom roept. Voor Eneco wordt het zaak om daarop in te spelen, door volop in te zetten op nieuwe projecten. Door corporate power purchase agreements te promoten en in te zetten, kunnen we verder blijven investeren in de energietransitie. Bij nieuwe investeringen richten we ons trouwens niet enkel op de Noordzee, ook op het land blijven we uitkijken naar locaties voor turbines.”

In politieke kringen klinkt de vraag steeds luider om nieuwe windmolenparken subsidieloos te laten bouwen. Kan dat volgens jullie dan alleen via PPA’s, met de steun van bedrijven?

Aelens: “In onze buurlanden die nu al subsidieloos werken, zijn PPA’s de meest gangbare methode om nieuwe parken te bouwen. Bedrijven en overheden zijn daar van overtuigd. In Nederland bijvoorbeeld sloot spoorwegmaatschappij NS een corporate PPA met Eneco. Ook in ons land is het spoornetwerk een van de grootste stroomverbruikers van allemaal. Als ons land in één klap sterk wil verduurzamen, zouden de spoorbedrijven ook zo’n actie moeten overwegen (via het Greensky-windpark zorgt de NMBS nu al voor de vergroening van een klein deel van de spoorverbindingen. Dat gebeurt ook via zonnepanelen op verschillende locaties langs het spoor, red.). Als het binnenkort ook in België met een minimum aan steun moet, wat ongetwijfeld zo zal zijn, kunnen we PPA’s niet meer wegdenken. Eigenlijk zou dit een vast onderdeel moeten worden van elke aanbesteding: groene en lokaal opgewekte stroom.”


Eneco Belgium organiseerde in december een rondetafeldebat over corporate PPA’s (Power Purchase Agreements) en hun rol in de groene energietransitie. Heb je de online sessie gemist? Bekijk de hoogtepunten uit het debat hier opnieuw.

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!