Cargill maakt biodiesel uit rioolwater en slachtafval

In de haven van Gent bouwt het Amerikaanse Cargill een nieuwe biodieselfabriek. De agro-industriegroep zal er onder andere slachtafval, rioolslib en oud frietvet verwerken tot biobrandstof voor vrachtwagens en schepen.

Ellen Vervoort | 23 oktober 2020
Fuel 1596622 1920
Voor de afname van de biobrandstof rekent Cargill in de eerste plaats op zwaar transport.

Vanaf 2030 mogen biobrandstoffen niet meer gemaakt worden van voedingsproducten zoals palmolie en sojabonen. Dat stelt de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie. In de plaats komt de tweede generatie biobrandstoffen gemaakt uit afval. Diesel en benzine moeten het komende decennium een toenemend percentage van die duurzamere biobrandstoffen bevatten. Met de nieuwe biodieselfabriek – goed voor een investering van 150 miljoen euro – zit Cargill alvast op het juiste spoor.

Brede waaier aan grondstoffen

De installatie maakt gebruik van een technologie ontwikkeld door het Oostenrijkse BioEnergy International. Alexis Cazin, directeur van Cargill Biodiesel in De Tijd: "De fabriek zal niet draaien op één bepaalde afvalstroom, maar biodiesel maken op basis van uiteenlopende soorten vet en afval waarvoor geen andere toepassing is." Biodieselfabrieken in onder andere het Verenigd Koninkrijk en Hong Kong maken ook al gebruik van dit principe.

Het lijstje van mogelijke grondstoffen is uitgebreid: van vetresten uit de vleesindustrie die niet meer geschikt zijn voor honden- of kattenvoer, over frietvet opgehaald in restaurants, tot vetten uit rioolslib. Cargill zou zo jaarlijks 6000 tot 10.000 ton rioolvet kunnen omzetten, goed voor 5 tot 10 procent van de totale toevoer aan grondstoffen voor hun biodiesel. Ook oneetbare vetzuren en onbruikbare resten van palmolieproductie buiten Europa, kunnen als grondstof dienen.

Transport en industrie

De nieuwe fabriek moet operationeel zijn in juni 2022 en jaarlijks 115.000 ton biobrandstof produceren. Op termijn wordt die capaciteit opgetrokken tot 150.000 ton. Voor de afname van de biobrandstof rekent Cargill in de eerste plaats op zwaar transport. "Deze afvalverwerkende technologie is ideaal om brandstoffen met een significant lagere uitstoot te ontwikkelen voor sectoren als vrachtwagentransport en de scheepvaart", zegt Cazin. "Hoogwaardige biodiesel op basis van afval en reststromen kan concrete en kostenefficiënte oplossingen bieden die voordelig zijn voor mens en milieu." Ook de luchtvaart is een mogelijke afnemer.

In de toekomst hoopt Cargill bovendien aan de bio-industrie te kunnen leveren. Daar kunnen de biobrandstoffen – als ze verder worden opgezuiverd - als basis dienen voor onder andere verpakkingsmaterialen.

Biodiesel op basis van koolzaad- en zonnebloemolie

De nieuwe fabriek krijgt een plekje naast Bioro, een andere biodieselfabriek van Cargill in Gent. Die is operationeel sinds 2007 en produceert jaarlijks meer dan 350.000 ton biodiesel op basis van koolzaad- en zonnebloemolie. Volgens Cazin blijft die installatie de komende jaren nog eerste generatie biodiesel produceren.

Bron: Cargill, De Tijd, BioEnergy International

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!