Plus Amsterdam kiest voor het donutmodel

De gemeente Amsterdam deed recent haar duurzaamheidsstrategie voor 2020-2025 uit de doeken. Het doel is om tegen 2050 een volledig circulaire economie te bereiken. De stad laat zich daarvoor inspireren door het donutmodel van de Britse econoom Kate Raworth.

Koenraad Coel | 10 april 2020
Amsterdam Eirik Skarstein Vgr 65 Lw Unsplash

Herstel na de coronacrisis

In haar nieuwe duurzaamheidsstrategie heeft Amsterdam als eerste stad ter wereld het donutmodel (zie kaderstuk formeel vastgelegd als grondslag voor haar beleid. “Ik zie het als een manier om de naweeën van de coronacrisis aan te pakken”, zegt Marieke van Doorninck, wethouder Duurzaamheid in Amsterdam aan The Guardian: “Het model zorgt ervoor dat we niet terugvallen op de oude, vertrouwde werkwijzes.”

Als voorbeeld haalt van Doorninck het probleem van woongelegenheid in Amsterdam aan. Bijna één op vijf huurders in de stad houdt niet genoeg geld over voor de basisbehoeftes na betaling van hun huurgeld. Daarnaast is er ook een nijpend tekort aan sociale woningen. Meer huizen bouwen zou een mogelijke oplossing zijn, maar het importeren van bouwmaterialen zorgt nu al voor een aanzienlijk deel van Amsterdams CO2-uitstoot.

Daarom plant de stad nieuwe regels voor de bouwsector die hergebruik en milieuvriendelijke materialen zoals hout moeten aanmoedigen. Maar het donutmodel stimuleert beleidsmakers ook om nog verder te kijken. “Huizen zijn niet alleen te duur omdat er schaarste is”, aldus van Doornick in The Guardian. “Er is wereldwijd veel kapitaal in omloop en vastgoed is een aantrekkelijke investeringsoptie. Dat jaagt de prijzen mee de hoogte in.”

De donut op kleinere schaal

Toen Raworth haar model lanceerde in 2012, zag ze het als een nieuwe manier om naar de globale economie te kijken. Voor de samenwerking met Amsterdam heeft ze de donut voor het eerst op een veel kleinere schaal uitgewerkt. Het resultaat is een ‘stadsportret’ dat aantoont waar Amsterdam tekort schiet voor haar inwoners en waar het ecologische grenzen overschrijdt. Ook al is het model geschaald naar de stad, toch houdt het rekening met de internationale context.

“Bij het winnen van onze primaire grondstoffen bijvoorbeeld, komt vaak uitbuiting van de arbeiders voor”, legt van Doornick uit aan VPRO. “Dat zien we allemaal terug in het ‘impactbeeld’ en daarom werken we op drie niveaus. We kijken wat we zelf kunnen als stad, maar ook waarmee we naar de Rijksoverheid moeten stappen, of de Europese Commissie.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.

SDG

Duurzame steden en gemeenschappen Klimaatactie Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten